© Made by Wino 2018  (all rights reserved)

Loonse en Drunense Duinen

Geschiedenis van het landschap

Het stuifzandgebied is in de late middeleeuwen ontstaan. Het bestaat uit een hoger wat ruig en zanderig middengebied met een iets vruchtbaardere maar toch nog schrale rand eromheen. Tot aan de late middeleeuwen kon het gebied bescheiden boerengemeenschappen voeden, maar in die tijd van betrekkelijke welvaart nam de bevolkingsdruk zo toe dat de kringloop in het gebied door overbegrazing en te vaak plaggen van de heide fataal werd verstoord en een steeds groter wordende woestenij ontstond. De erosie ten gevolge agrarische activiteiten werd -gedurende de 80-jarige oorlog- versterkt door Staatse oorlogshandelingen. Onder bevel van Willem van Oranje werd door de gehele Meijerij van Den Bosch, die destijds gelieerd was aan de Spaanse troon, de tactiek van de verschroeide aarde toegepast. Grote hongersnoden in de regio waren het gevolg. De zandbodem kwam op steeds grotere plekken bloot te liggen, waardoor het losse zand door de wind kon verstuiven. Dit proces versterkte zichzelf en was bijna niet meer te stoppen. Het zand bedolf hele nederzettingen; de middeleeuwse dorpjes Efteling en Westloon liggen er nog altijd onder begraven. Vanaf de 14e eeuw werden er eiken geplant in een poging het stuifzand te keren en in de 18e en 19e eeuw probeerde men het met dennen en helmgras. Tegenwoordig is het gebied stabiel en worden er zelfs bomen gekapt om dit voor Noord-Europa uitzonderlijk grote stuifzand-landschap in stand te houden. Het landschap is nu behoorlijk afwisselend, men vindt er naald- en loofbossen, zandvlaktes en tot vierentwintig meter hoge duinen. Aan de randen liggen weilanden en waterpartijen. In het deelgebied De Brand, ontstaan door het dichtstuiven van het riviertje de Zandleij, was zelfs een veenmoeras en het is nog steeds een nat gebied Hierboven is te zien hoe nu in 2016 het gebied er uit ziet. En hieronder is te zie hoe de situatie was in 1955. Duidelijk is zichtbaar dat het stuifzand langzaam verdwijnt.

Flora en Fauna

Levend stuifzand komt in Nederland niet veel voor, en in Europa al helemaal niet vaak. Met 'levend' wordt bedoeld: een gebied van zodanige omvang dat de wind vat kan krijgen en houden op het zand, dat het zand in beweging kan komen en 'leven'. Toch wordt de oppervlakte stuifzand minder. Als er geen maatregelen worden genomen, zullen buntgras en zandzegge zich vestigen en met hun lange wortels het zand vasthouden. Dan kunnen ook mossen en korstmossen gaan groeien en vormen zich tapijten van bijvoorbeeld het roodbruine ruige haarmos. Als er eenmaal wat humusvorming heeft plaatsgevonden, kunnen ook pijpenstrootje en heide zich vestigen. En dan is vervolgens de weg vrij voor struweel en bos. Het zand lag aan het begin van de jaartelling nog bedekt onder oerbos. Maar in de middeleeuwen verdween het bos door houtkap, intensieve begrazing door schapen en dergelijke. De wind kon grip krijgen op het zand, en zo ontstonden stuifzandvlakten, die zo groot werden dat nabijgelegen dorpen zelfs geheel onder het zand verdwenen. Inmiddels wordt het stuifzandgebied kleiner. De afname van het stuifzandgebied tussen 1955 en 2007 is duidelijk te zien via de beide luchtfoto's van de Dotka Collectie. De heiden, dennenbossen en stuifzanden zijn van nature betrekkelijk soortenarme gebieden. Dat ligt heel anders voor het Zandleigebied, waar zich in de hakhoutbossen op venige en lemige bodems zware kwel voordoet. Dat zijn prima omstandigheden voor een rijke voorjaarsflora met o.a. bosanemoon en gele dovenetel. Door het schone kwelwater is het zandleigebied en omgeving ook een voortreffelijk gebied voor amfibieën zoals grote populaties boomkikker, heikikker en kamsalamander. De das is met succes in dit gebied geherintroduceerd. Doordat dit nationaal park meer en meer ingesloten raakt door bebouwing, wordt migratie steeds moeilijker voor dieren.

Omgeving

Onderdelen van het nationaal park zijn naast de Loonse en Drunense Duinen zelf: Het landgoed Plantloon bij Waalwijk. Dit uitgestrekte en drukbezochte wandelgebied heeft een echt landgoedkarakter met landbouwgronden en lanen. Bekend is hier vooral de wandeling langs het Galgenwiel, een oude doorbraakkolk van de Maas. Het natuurreservaat De Brand in het dal van de Zandleij Kasteel en landgoed de Strijdhoef eveneens in het Zandleijgebied. In het oosten wordt een ca 200 ha grote landbouwzone met de naam het Hengstven omgezet in een door landbouwers op biologische grondslag te beheren natuurgebied met bloemrijke graslanden. De noordgrens van het gebied wordt gevormd door het Drongelens kanaal (officieel: Afwateringskanaal 's Hertogenbosch-Drongelen). De fietspaden langs dit kanaal vormen een aantrekkelijke toegangsroute die zich voortzet tot in de Bossche binnenstad

De Rustende Jager

Toen Oma en Opa Klijn de Bresser in 1920 de Rustende Jager kochten om er samen met de kinderen te wonen en de kost te verdienen, was het een klein boerderijtje met een zijkamertje waar een borreltje of frisdrank geschonken kon worden aan de jagers of passanten die er even wilde rusten. Ruim tien jaar later in 1934 werd het boerderijcafeetje aan Natuurmonumenten verkocht omdat Opa Klijn op vijftig jarige leeftijd was overleden en Oma geld nodig had om het hoofd boven water te houden. En toen is dit verhaal pas echt begonnen. Want Oma M'rie Klijn, was zo slim geweest om aan de verkoop enkele voorwaarden te verbinden. Ten eerste ze zou er altijd mogen blijven wonen tot aan haar dood, en ten tweede haar enige zoon Jan Klijn moest in dienst van Natuurmonumenten mogen werken als bos-arbeider. Al snel daarna als boswachter in de Loonse en Drunense Duinen. Dit werd de eerste samenwerking met de Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten. Het was een goede afspraak van oma M'rie want Jan bleef ruim 40 jaar in dienst van de Vereniging en zo vertelde hij toen 'ie met pensioen ging: "Ik ken iedere boom en elke kuil in het gebied". Zijn werk was zijn lust en zijn leven. Oma behaalde de gezegende leeftijd van 87 jaar en de laatste 25 jaren runde zij de Rustende Jager samen met haar jongste dochter Toos van Wiel-Klijn en haar man Piet. De tweede generatie was in de Rustende Jager begonnen. Zij bleven in het pand wonen tot een jaar na het sterven van Oma M'rie Klijn. Aan het einde van de oorlog werd de Rustende Jager door de Duitsers in brand geschoten en na de oorlog weer terug gebouwd. De nieuwbouw kwam in landelijke stijl terug, boerderij-woonhuis annex café, waar de jagers een borreltje konden kopen, maar ook de militairen die in de duinen op bivak waren. Het toerisme was toen nog niet zo in opkomst.
Wandelen
Bekijk Drone Video Bekijk Drone Video
© Made by Wino 2018 lAll rights reserved)

Loonse en Drunense

Duinen

Geschiedenis van het landschap

Het stuifzandgebied is in de late middeleeuwen ontstaan. Het bestaat uit een hoger wat ruig en zanderig middengebied met een iets vruchtbaardere maar toch nog schrale rand eromheen. Tot aan de late middeleeuwen kon het gebied bescheiden boerengemeenschappen voeden, maar in die tijd van betrekkelijke welvaart nam de bevolkingsdruk zo toe dat de kringloop in het gebied door overbegrazing en te vaak plaggen van de heide fataal werd verstoord en een steeds groter wordende woestenij ontstond. De erosie ten gevolge agrarische activiteiten werd -gedurende de 80- jarige oorlog- versterkt door Staatse oorlogshandelingen. Onder bevel van Willem van Oranje werd door de gehele Meijerij van Den Bosch, die destijds gelieerd was aan de Spaanse troon, de tactiek van de verschroeide aarde toegepast. Grote hongersnoden in de regio waren het gevolg. De zandbodem kwam op steeds grotere plekken bloot te liggen, waardoor het losse zand door de wind kon verstuiven. Dit proces versterkte zichzelf en was bijna niet meer te stoppen. Het zand bedolf hele nederzettingen; de middeleeuwse dorpjes Efteling en Westloon liggen er nog altijd onder begraven. Vanaf de 14e eeuw werden er eiken geplant in een poging het stuifzand te keren en in de 18e en 19e eeuw probeerde men het met dennen en helmgras. Tegenwoordig is het gebied stabiel en worden er zelfs bomen gekapt om dit voor Noord-Europa uitzonderlijk grote stuifzand-landschap in stand te houden. Het landschap is nu behoorlijk afwisselend, men vindt er naald- en loofbossen, zandvlaktes en tot vierentwintig meter hoge duinen. Aan de randen liggen weilanden en waterpartijen. In het deelgebied De Brand, ontstaan door het dichtstuiven van het riviertje de Zandleij, was zelfs een veenmoeras en het is nog steeds een nat gebied Hierboven is te zien hoe nu in 2016 het gebied er uit ziet. En hieronder is te zie hoe de situatie was in 1955. Duidelijk is zichtbaar dat het stuifzand langzaam verdwijnt.

Flora en Fauna

Levend stuifzand komt in Nederland niet veel voor, en in Europa al helemaal niet vaak. Met 'levend' wordt bedoeld: een gebied van zodanige omvang dat de wind vat kan krijgen en houden op het zand, dat het zand in beweging kan komen en 'leven'. Toch wordt de oppervlakte stuifzand minder. Als er geen maatregelen worden genomen, zullen buntgras en zandzegge zich vestigen en met hun lange wortels het zand vasthouden. Dan kunnen ook mossen en korstmossen gaan groeien en vormen zich tapijten van bijvoorbeeld het roodbruine ruige haarmos. Als er eenmaal wat humusvorming heeft plaatsgevonden, kunnen ook pijpenstrootje en heide zich vestigen. En dan is vervolgens de weg vrij voor struweel en bos. Het zand lag aan het begin van de jaartelling nog bedekt onder oerbos. Maar in de middeleeuwen verdween het bos door houtkap, intensieve begrazing door schapen en dergelijke. De wind kon grip krijgen op het zand, en zo ontstonden stuifzandvlakten, die zo groot werden dat nabijgelegen dorpen zelfs geheel onder het zand verdwenen. Inmiddels wordt het stuifzandgebied kleiner. De afname van het stuifzandgebied tussen 1955 en 2007 is duidelijk te zien via de beide luchtfoto's van de Dotka Collectie. De heiden, dennenbossen en stuifzanden zijn van nature betrekkelijk soortenarme gebieden. Dat ligt heel anders voor het Zandleigebied, waar zich in de hakhoutbossen op venige en lemige bodems zware kwel voordoet. Dat zijn prima omstandigheden voor een rijke voorjaarsflora met o.a. bosanemoon en gele dovenetel. Door het schone kwelwater is het zandleigebied en omgeving ook een voortreffelijk gebied voor amfibieën zoals grote populaties boomkikker, heikikker en kamsalamander. De das is met succes in dit gebied geherintroduceerd. Doordat dit nationaal park meer en meer ingesloten raakt door bebouwing, wordt migratie steeds moeilijker voor dieren.

Omgeving

Onderdelen van het nationaal park zijn naast de Loonse en Drunense Duinen zelf: Het landgoed Plantloon bij Waalwijk. Dit uitgestrekte en drukbezochte wandelgebied heeft een echt landgoedkarakter met landbouwgronden en lanen. Bekend is hier vooral de wandeling langs het Galgenwiel, een oude doorbraakkolk van de Maas. Het natuurreservaat De Brand in het dal van de Zandleij Kasteel en landgoed de Strijdhoef eveneens in het Zandleijgebied. In het oosten wordt een ca 200 ha grote landbouwzone met de naam het Hengstven omgezet in een door landbouwers op biologische grondslag te beheren natuurgebied met bloemrijke graslanden. De noordgrens van het gebied wordt gevormd door het Drongelens kanaal (officieel: Afwateringskanaal 's Hertogenbosch-Drongelen). De fietspaden langs dit kanaal vormen een aantrekkelijke toegangsroute die zich voortzet tot in de Bossche binnenstad

De Rustende Jager

Toen Oma en Opa Klijn de Bresser in 1920 de Rustende Jager kochten om er samen met de kinderen te wonen en de kost te verdienen, was het een klein boerderijtje met een zijkamertje waar een borreltje of frisdrank geschonken kon worden aan de jagers of passanten die er even wilde rusten. Ruim tien jaar later in 1934 werd het boerderijcafeetje aan Natuurmonumenten verkocht omdat Opa Klijn op vijftig jarige leeftijd was overleden en Oma geld nodig had om het hoofd boven water te houden. En toen is dit verhaal pas echt begonnen. Want Oma M'rie Klijn, was zo slim geweest om aan de verkoop enkele voorwaarden te verbinden. Ten eerste ze zou er altijd mogen blijven wonen tot aan haar dood, en ten tweede haar enige zoon Jan Klijn moest in dienst van Natuurmonumenten mogen werken als bos-arbeider. Al snel daarna als boswachter in de Loonse en Drunense Duinen. Dit werd de eerste samenwerking met de Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten. Het was een goede afspraak van oma M'rie want Jan bleef ruim 40 jaar in dienst van de Vereniging en zo vertelde hij toen 'ie met pensioen ging: "Ik ken iedere boom en elke kuil in het gebied". Zijn werk was zijn lust en zijn leven. Oma behaalde de gezegende leeftijd van 87 jaar en de laatste 25 jaren runde zij de Rustende Jager samen met haar jongste dochter Toos van Wiel-Klijn en haar man Piet. De tweede generatie was in de Rustende Jager begonnen. Zij bleven in het pand wonen tot een jaar na het sterven van Oma M'rie Klijn. Aan het einde van de oorlog werd de Rustende Jager door de Duitsers in brand geschoten en na de oorlog weer terug gebouwd. De nieuwbouw kwam in landelijke stijl terug, boerderij-woonhuis annex café, waar de jagers een borreltje konden kopen, maar ook de militairen die in de duinen op bivak waren. Het toerisme was toen nog niet zo in opkomst.
Wandelen
Bekijk Drone Video Bekijk Drone Video