© Made by Wino 2018  (all rights reserved)

Het Martel Pad

Sentier Martel, 4 juni 2005 Vroeg op voor de start in La Palud, en daarna als hoogtepunt de beroemde Martel wandeling langs de noordoever van de Verdon. na afloop was duidelijk waarom dit gebied de Grand Canyon van Europa wordt genoemd. Een vermoeiende maar onvergetelijke dag Om half 7 liep de wekker af. Vroeger opstaan had geen zin, want de poort van camping Saint-Clair ging pas om 7 uur open. Toen ik van de wasruimte terugkwam bleek de poort al geopend te zijn. We konden gaan rijden. Deze keer werd nergens gestopt langs de D952. Het was niet druk op de parkeerplaats langs de de D23 in La Palud. De eerste foto van de wandeling van vandaag werd om 7.22 gemaakt. De tocht de tochten was begonnen, de temperatuur was aangenaam. De beroemde Sentier Martel Net iets buiten La Palud zag ik een aanduiding van het GR4 wandelpad. Hier kwam de GR4, walke vanaf onze camping langs de noordkant van de D952 liep, uit op de D23. Er was nagenoeg geen verkeer op de weg, blijkbaar begonnen de meeste wandelaars later aan de Martel wandeling. En aan de auto's die ons passeerde was duidelijk dat deze een taxi-funktie hadden. Na een kwartier kwamen ze zonder bijrijders weer terug. De wandelking naar Chalet de la Maline was zeer aangenaam. We passeerde veel uitkijkpunten, zoals "Belvedere de Bauchier", "Imbut", en "Mauge". Er werden ook een paar foto's gemaakt van de Gorges. Om tien voor negen, anderhalf uur na ons vertrek, arriveerden we bij de la Maline. Een paar wandelaars waren oal aanwezig, de leeftijd van hun was beduidend lager dan die van mij. We maakten een korte pauze voor ons ochtendontbijt, maar veel tijd wend aan het verorberen van een boterham niet gespendeerd. Om vijf voor negen (08.55) begonnen we aan de afdaling naar de Verdon. We waren op het Martel-pad. Het pad begon met een waarschuwingsbord dat we de Verdon niet mochten oversteken. En het pad maakte direct nog meer duidelijk. Dit was geen geplaveid pad, maar een avontuur. Na vijf minuten gleed ik al uit over al het losse puin dat overal op het pad aanwezig was. Ik kon me amper staande houden, en voelde de adrnaline flink stijgen. Ook Ruud had duidelijk last van het puin en gleed meerdere malen op de weg naar beneden uit. Zeker bij de afdaling moest je nadenken bij elke stap die je maakte. Soms moest je maar zien hoe je verder kwam, het pad omlaag was niet altijd even duidelijk. Halverwege de afdaling werd duidelijk wat met een ladder bedoeld werd. En puin lag overal, het enige wat je kon doen was iets te zoeken waar je je aan kon vasthouden, om te voorkomen dat je op je bakkes viel. Ik kreeg medelijken met die wandelaars, die vanaf Point Sublime vertrokken. Zij moesten toch maar een stevige klim maken om bij het Cahalet de la Maline uit te komen. Ruud verstuurde een aantal keren een SMS naar het thuisfront in Woensdrecht. Mijn telefoon werkte niet, ik kon geen verbinding met een provider krijgen. Jammer. De VVV kaart, waarop de route als hoogtelijn was weergegeven, was niet helemaal juist. Er zaten veel meer stijgingen en dalingen in de route als aangegeven. Ik vond klimmen makkelijker dan dalen, en genoot van de steeds wisselende indrukken van de Grand Canyon. Ruim dertig minuten na het begin van de afdaling kregen we de rivier in zicht. De afstand was nog aanzienlijk, maar 6 minuten later was het water behoorlijk dichtbij. We besloten niet af te dalen tot de rivieroever, maar door te lopen naar de Tunnel de Gueges, en daar in de buurt te pauzeren. Maar voordat we daar aankwamen moest eerst nog een puin-hindernis, over een puinveld heen, genomen worden. De hindernis bestond uit een steile ladder, gevolgd door een reling, die weer gevolgd werd door een 10 meter lange stalen kabel. En het laatste stukje van de hindernis was onbeveiligd, je kon je alleen aan de rotswand vasthouden. Niet veel later begon een steil klim omhoog. De rand van het ravijn was erg dichtbij, en de rotspartij waarlangs je omhoog moest klimmen was glad. De adrenaline steeg behoorlijk bij het nemen van deze hindernis, waarbij ik een helpende hand van Ruud kreeg. Ik dorst geen foto's van deze hindernis te maken. Even later kwamen we langs de Koeiengrot, de "Baume aux Boefs". Je kon goed merken waarvoor de grot ook gebruikt werd, want het stonk er behoorlijk. Ruud ging voorop in de klim naar La Mescla, en ik begon ademtekort te krijgen. Halverwege de 60 meter klim ging het niet meer, mijn motor was oververhit en moest afgekoeld worden. Ik ging langs het smalle pad zitten, en na een minuut begon mijn adem weer normaal te worden. Er bleef niets anders over dan een rustpauze in te lassen, en wat te drinken, en een boterham te eten. Ruud riep van bovenaf of alles in orde was, en ik zei dat hij niet terug hoefde te komen om me op te halen. Het brood smaakte absoluut niet, het begon zelfs uit te drogen, maar het hielp wel, en binnen 5 minuten was ik weer op weg naar boven. Maar eerst maakte ik nog een foto van de directe omgeving waar ik had moeten pauzeren. Er groeiden ook blauwe bloemetjes lang het pad. Een kwartier later waren we aan de Mescla, de plaats waar de Verdon en de Artuby samenvloeien. We waren niet de enige die daar pauze hielden, er waren zelfs andere Nederlanders ter plekke. Uit het niets verscheen plotseling aan de overkant een forel- visser. De man wist wat hij deed, want na 5 minuten had hij al een vis gevangen, en schoongemaakt. Dat was het moment voor ons om de Mescla te verlaten, en het pad omhoog, terug naar de Martel-route, te beklimmen. Bij de splitsing boven werden een paar foto's gemaakt. Een meneer (bleek later een Duitser) was zo vriendelijk een foto de maken van Ruud en mij samen. Het was intussen kwart over 11, we lagen prima op schema. De Martel route is niet geschik voor mensen met hoogtevrees. Nu volgde een lange klim van 90 meter naar de "Breche Imbert", de beroemde Imbert-ladders. Zes stuks zijn het, achter elkaar, en de totaal 252 treden brachten ons weer 90 meter naar beneden. Een wandelaar die voor ons aan de afdaling van de ladders was begonnen had duidelijk hoogtevrees. dat was te zien aan de paniekerige wijze waarop hij de eeste ladder afdaalde. Gelukkig mocht ik van hem tussen ladder 1 en 2 passeren, en kon ik vrij vlug naar beneden dalen. Bij een van de ladders moest ik mij naar de rotswand toedraaien.  Hij was zo steil dat mijn rugzak steeds tegen de treden botste. Ruud deed wat langzamer over de afdaling, waardoor ik genoeg tijd had om zijn daling op foto vast te leggen. Spectaculair deze ladders. Ik denk dat het beklimmen van de ladders ons geen problemen had opgeleverd. Na de ladders ging het weer omhoog, en tijdens deze klim kwamen we de "Baume aux Hirondelles" tegen. Ook moesten we onder een loshangende rots door, de opening was iets meer dan 2 meter. En het pad bleef spectaculair, met vele smalle doorgangen langs de afgrond. De blik op de Verdon, soms ver beneden ons, bleef boeien. Ik nam nu, gewaarschuwd door de black out, eerder op de dag, wat vaker een rustpauze, en dronk regelmatig een slok water. Dit was voldoende (samen met het eten van wat droge koekjes) om niet meer in de problemen te geraken. Ik genoot intens van deze wandeling. En het weer hielp ons daarbij nog een handje. Ik denk dat de temperatuur in de kloof boven de dertig graden was gestegen. Haarspelbochten maakten richtingbepaling soms moeilijk. Alhoewel de rivier stroomopwaarts werd gevolgd, moest je toch soms stroomafwaarts lopen om verder te komen. De rostwanden langs beide zijden van de rivier bleven imponeren, maar tijd om elk stukje van de kloof te inspecteren was er natuurlijk niet. Tegen half twee werd een van de mooiste hindernissen op onze weg "genomen". Een staalkabel, die op meerdere plaatsen aan de rotswand was bevestigd, zorgde ervoor dat we een witte rotshelling (45 graden) veilig konden passeren Je moest je uiteraard wel goed vasthouden bij het verplaatsen. En uiteraard kwamen we nog een ladder tegen. Op een site van de Gorges du Verdon was te lezen dat het laatste stuk van de Martel route bestond uit 3 tunnels achter elkaar. Maar dat bleek niet helemaal juist te zijn. De drie tunnels waren er wel, maar de eerste, waar de resten van een spoorlijntje te vinden waren, waren we voorbij gelopen. De route liep langs deze tunnel en nier erdoorheen. Het uitzicht op de Verdon beneden ons, en op de omgeving was weer adembenemend bij deze tunnel. Het werd tijd voor onze zaklantaarn, want de tweede tunnel doemde voor ons op. De "Tunnel de Trescaire", 110 meter lang kon je zonder zaklamp "nemen", de andere uitgang gaf voldoende licht voor een veilige doorsteek. Wel woei er een fris windje in deze tunnel. De laatste tunnel was een andere zaak. Pikdonker deze "Tunnel du Baou", met zijn lengte van 670 meter. Zeker niet geschikt voor mensen met engtevrees. En natte voeten kreeg je er ook nog, zeker 40 procent van de bodem van de tunnel was bedekt met waterplassen van soms wel 10 cm diep. Hier had je de zaklamp echt nodig. Eindelijk konden we het water van de Verdon voelen De Baou- tunnel had nog een verrassing voor ons in petto. Ongeveer halverwege de tunnel kon je via een paar steile trappen afdalen naar de oever van de Verdon. Die kans lieten we ons niet ontglippen, en 6 minuten later stonden we voor het eerst op een keienstrandje aan de rivier, en konden we het snelstromende water voelen. We waren bij de "Baume Aux Pigeons", de duivengrot, aadgekomen. Het water voelde heerlijk fris, en rook een klein beetje naar zout. Ook de nederlanders, die wij de Mescla hadden gezien, zaten van de natuur te genieten. Een italiaanse waagde zich in het koele water. Overal lagen van die ronde keien, kleine rotsblokken die eeuwenlang door de rivier gemangeld waren, en nu als ronde keien een keienstrand vormde. Ik ging gestrekt, met mijn rug op de keien liggen, en sloot de ogen. Andere wandelaars vonden dat maar niks, en dachten dat ik onwel was geworden. Dus maar weer vlug rechtopzitten, en verder genieten van het schouwspel. Want daarvoor waren we gekomen, Ruud en ik. Terug de ladders op, en de weg door de Baou tunnel werd vervolgd, waarbij we zo goed mogelijk probeerden de diepe plassen te ontwijken. Dat lukte vrij aardig met behulp van onze zaklampen. Direct bij de uitgang van de tunnel vonden we de laatste trap naar beneden op onze weg. We waren bij het eindpunt van de Martel-route aangekomen, de Samson engte. Na een kort verblijf aan de rand van het water, staken we een metalen brug het Baou-riviertje over, en klommen we omhoog via brede trappen naar de parkeerplaats waar we gisteren de Italaanse wandelaar hadden opgepikt. Het was net iets voor half drie. Inclusief het uitstapje naar de Mescla, en de rustpauses onderweg, hadden we vijf en een half uur nodig gehad voor de beroemde Sentier Martel. Nog maar een paar kilometer tot het eindpunt van de wandeling, nog 1 uur Maar we waren er nog niet. We hadden nog zeker 9 kilometer voor de boeg. Eerst klimmen naar Point Sublime, daar wat pauzeren, en daarna nog eens 8 kilometer terug naar La Palud, via de D952. Een uur later waren we La Palud tot op 5 kilometer genaderd. Nog maar een stukje. De wandeling bleef mooi, ook al hadden we dit stuk al eerder gezien gisteren. Nu was er meer tijd om van de vergezichten te genieten. Twee kilometer voor La Palud zagen we nog een schaapherder in actie. Hij liet twee Border- Collies het werk doen, de kudde was behoorlijk groot. Er liepen ook twee ezels mee in de schaapskudde, die beesten droegen een koeienbel zodat je ook kon horen war de kudde zich bevond. Net voordat we in La Palud arriveerden zag ik aan de linkerkant van de weg weer zo'n struik volkomen bedekt met spinnenwebben. Leuk voor een foto, met La Palud op de achtergrond. In La Palud zagen pas hoe smal de straatjes waren toen een bus voorbijkwam. Nu was meteen duidelijk waarom La Palud ook verkeerslichten heeft, als de bus langs moet staat de andere kant op rood. In een winkeltje kocht Ruud een lekker ijsje, daar had hij al de hele dag zin op. Ik hield het op 2 peren, waarvan ik er eentje oppeuzelde. Het was 16.40 toe we in de auto stapten. Een machtig mooie wandeldag was voorspoedig verlopen. Moe maar voldaan keerden we terug, over de D952, naar de camping. Het zou niet de laatste keer zijn vandaag.
Wandelen
Extra Foto’s Extra Foto’s De GR4 (onverharde weg) komt uit op de D23 Groepje wandelaars bij Chalet de la Maline Don't cross the river Een sensationele dubbele hindernis, dicht bij de Tunnel de Gueges De Mescla, samegaan van Verdon en Artby rivier Tijd voor de zoveelste pauze De Pass d'Issane, krankjorum, halverwege de afdaling Onverwachte momenten onderweg Waar is het pad ? Waar is het pad ? Alweer een hindernis die genomen moet worden De Tunnel de Trescaire, kon je door zonder een zaklamp te gebruiken.  Zaklamp is nodig Via de trap, afdalen naar de Duivengrot De Samson engte, einde van de martel-Wandeling Vader en zoon Wino en Ruud, heel uit de Canyon Via de trap, afdalen naar de Duivengrot
© Made by Wino 2018 lAll rights reserved)

Het Martel Pad

Sentier Martel, 4 juni 2005 Vroeg op voor de start in La Palud, en daarna als hoogtepunt de beroemde Martel wandeling langs de noordoever van de Verdon. na afloop was duidelijk waarom dit gebied de Grand Canyon van Europa wordt genoemd. Een vermoeiende maar onvergetelijke dag Om half 7 liep de wekker af. Vroeger opstaan had geen zin, want de poort van camping Saint-Clair ging pas om 7 uur open. Toen ik van de wasruimte terugkwam bleek de poort al geopend te zijn. We konden gaan rijden. Deze keer werd nergens gestopt langs de D952. Het was niet druk op de parkeerplaats langs de de D23 in La Palud. De eerste foto van de wandeling van vandaag werd om 7.22 gemaakt. De tocht de tochten was begonnen, de temperatuur was aangenaam. De beroemde Sentier Martel Net iets buiten La Palud zag ik een aanduiding van het GR4 wandelpad. Hier kwam de GR4, walke vanaf onze camping langs de noordkant van de D952 liep, uit op de D23. Er was nagenoeg geen verkeer op de weg, blijkbaar begonnen de meeste wandelaars later aan de Martel wandeling. En aan de auto's die ons passeerde was duidelijk dat deze een taxi-funktie hadden. Na een kwartier kwamen ze zonder bijrijders weer terug. De wandelking naar Chalet de la Maline was zeer aangenaam. We passeerde veel uitkijkpunten, zoals "Belvedere de Bauchier", "Imbut", en "Mauge". Er werden ook een paar foto's gemaakt van de Gorges. Om tien voor negen, anderhalf uur na ons vertrek, arriveerden we bij de la Maline. Een paar wandelaars waren oal aanwezig, de leeftijd van hun was beduidend lager dan die van mij. We maakten een korte pauze voor ons ochtendontbijt, maar veel tijd wend aan het verorberen van een boterham niet gespendeerd. Om vijf voor negen (08.55) begonnen we aan de afdaling naar de Verdon. We waren op het Martel-pad. Het pad begon met een waarschuwingsbord dat we de Verdon niet mochten oversteken. En het pad maakte direct nog meer duidelijk. Dit was geen geplaveid pad, maar een avontuur. Na vijf minuten gleed ik al uit over al het losse puin dat overal op het pad aanwezig was. Ik kon me amper staande houden, en voelde de adrnaline flink stijgen. Ook Ruud had duidelijk last van het puin en gleed meerdere malen op de weg naar beneden uit. Zeker bij de afdaling moest je nadenken bij elke stap die je maakte. Soms moest je maar zien hoe je verder kwam, het pad omlaag was niet altijd even duidelijk. Halverwege de afdaling werd duidelijk wat met een ladder bedoeld werd. En puin lag overal, het enige wat je kon doen was iets te zoeken waar je je aan kon vasthouden, om te voorkomen dat je op je bakkes viel. Ik kreeg medelijken met die wandelaars, die vanaf Point Sublime vertrokken. Zij moesten toch maar een stevige klim maken om bij het Cahalet de la Maline uit te komen. Ruud verstuurde een aantal keren een SMS naar het thuisfront in Woensdrecht. Mijn telefoon werkte niet, ik kon geen verbinding met een provider krijgen. Jammer. De VVV kaart, waarop de route als hoogtelijn was weergegeven, was niet helemaal juist. Er zaten veel meer stijgingen en dalingen in de route als aangegeven. Ik vond klimmen makkelijker dan dalen, en genoot van de steeds wisselende indrukken van de Grand Canyon. Ruim dertig minuten na het begin van de afdaling kregen we de rivier in zicht. De afstand was nog aanzienlijk, maar 6 minuten later was het water behoorlijk dichtbij. We besloten niet af te dalen tot de rivieroever, maar door te lopen naar de Tunnel de Gueges, en daar in de buurt te pauzeren. Maar voordat we daar aankwamen moest eerst nog een puin-hindernis, over een puinveld heen, genomen worden. De hindernis bestond uit een steile ladder, gevolgd door een reling, die weer gevolgd werd door een 10 meter lange stalen kabel. En het laatste stukje van de hindernis was onbeveiligd, je kon je alleen aan de rotswand vasthouden. Niet veel later begon een steil klim omhoog. De rand van het ravijn was erg dichtbij, en de rotspartij waarlangs je omhoog moest klimmen was glad. De adrenaline steeg behoorlijk bij het nemen van deze hindernis, waarbij ik een helpende hand van Ruud kreeg. Ik dorst geen foto's van deze hindernis te maken. Even later kwamen we langs de Koeiengrot, de "Baume aux Boefs". Je kon goed merken waarvoor de grot ook gebruikt werd, want het stonk er behoorlijk. Ruud ging voorop in de klim naar La Mescla, en ik begon ademtekort te krijgen. Halverwege de 60 meter klim ging het niet meer, mijn motor was oververhit en moest afgekoeld worden. Ik ging langs het smalle pad zitten, en na een minuut begon mijn adem weer normaal te worden. Er bleef niets anders over dan een rustpauze in te lassen, en wat te drinken, en een boterham te eten. Ruud riep van bovenaf of alles in orde was, en ik zei dat hij niet terug hoefde te komen om me op te halen. Het brood smaakte absoluut niet, het begon zelfs uit te drogen, maar het hielp wel, en binnen 5 minuten was ik weer op weg naar boven. Maar eerst maakte ik nog een foto van de directe omgeving waar ik had moeten pauzeren. Er groeiden ook blauwe bloemetjes lang het pad. Een kwartier later waren we aan de Mescla, de plaats waar de Verdon en de Artuby samenvloeien. We waren niet de enige die daar pauze hielden, er waren zelfs andere Nederlanders ter plekke. Uit het niets verscheen plotseling aan de overkant een forel-visser. De man wist wat hij deed, want na 5 minuten had hij al een vis gevangen, en schoongemaakt. Dat was het moment voor ons om de Mescla te verlaten, en het pad omhoog, terug naar de Martel- route, te beklimmen. Bij de splitsing boven werden een paar foto's gemaakt. Een meneer (bleek later een Duitser) was zo vriendelijk een foto de maken van Ruud en mij samen. Het was intussen kwart over 11, we lagen prima op schema. De Martel route is niet geschik voor mensen met hoogtevrees. Nu volgde een lange klim van 90 meter naar de "Breche Imbert", de beroemde Imbert-ladders. Zes stuks zijn het, achter elkaar, en de totaal 252 treden brachten ons weer 90 meter naar beneden. Een wandelaar die voor ons aan de afdaling van de ladders was begonnen had duidelijk hoogtevrees. dat was te zien aan de paniekerige wijze waarop hij de eeste ladder afdaalde. Gelukkig mocht ik van hem tussen ladder 1 en 2 passeren, en kon ik vrij vlug naar beneden dalen. Bij een van de ladders moest ik mij naar de rotswand toedraaien.  Hij was zo steil dat mijn rugzak steeds tegen de treden botste. Ruud deed wat langzamer over de afdaling, waardoor ik genoeg tijd had om zijn daling op foto vast te leggen. Spectaculair deze ladders. Ik denk dat het beklimmen van de ladders ons geen problemen had opgeleverd. Na de ladders ging het weer omhoog, en tijdens deze klim kwamen we de "Baume aux Hirondelles" tegen. Ook moesten we onder een loshangende rots door, de opening was iets meer dan 2 meter. En het pad bleef spectaculair, met vele smalle doorgangen langs de afgrond. De blik op de Verdon, soms ver beneden ons, bleef boeien. Ik nam nu, gewaarschuwd door de black out, eerder op de dag, wat vaker een rustpauze, en dronk regelmatig een slok water. Dit was voldoende (samen met het eten van wat droge koekjes) om niet meer in de problemen te geraken. Ik genoot intens van deze wandeling. En het weer hielp ons daarbij nog een handje. Ik denk dat de temperatuur in de kloof boven de dertig graden was gestegen. Haarspelbochten maakten richtingbepaling soms moeilijk. Alhoewel de rivier stroomopwaarts werd gevolgd, moest je toch soms stroomafwaarts lopen om verder te komen. De rostwanden langs beide zijden van de rivier bleven imponeren, maar tijd om elk stukje van de kloof te inspecteren was er natuurlijk niet. Tegen half twee werd een van de mooiste hindernissen op onze weg "genomen". Een staalkabel, die op meerdere plaatsen aan de rotswand was bevestigd, zorgde ervoor dat we een witte rotshelling (45 graden) veilig konden passeren Je moest je uiteraard wel goed vasthouden bij het verplaatsen. En uiteraard kwamen we nog een ladder tegen. Op een site van de Gorges du Verdon was te lezen dat het laatste stuk van de Martel route bestond uit 3 tunnels achter elkaar. Maar dat bleek niet helemaal juist te zijn. De drie tunnels waren er wel, maar de eerste, waar de resten van een spoorlijntje te vinden waren, waren we voorbij gelopen. De route liep langs deze tunnel en nier erdoorheen. Het uitzicht op de Verdon beneden ons, en op de omgeving was weer adembenemend bij deze tunnel. Het werd tijd voor onze zaklantaarn, want de tweede tunnel doemde voor ons op. De "Tunnel de Trescaire", 110 meter lang kon je zonder zaklamp "nemen", de andere uitgang gaf voldoende licht voor een veilige doorsteek. Wel woei er een fris windje in deze tunnel. De laatste tunnel was een andere zaak. Pikdonker deze "Tunnel du Baou", met zijn lengte van 670 meter. Zeker niet geschikt voor mensen met engtevrees. En natte voeten kreeg je er ook nog, zeker 40 procent van de bodem van de tunnel was bedekt met waterplassen van soms wel 10 cm diep. Hier had je de zaklamp echt nodig. Eindelijk konden we het water van de Verdon voelen De Baou- tunnel had nog een verrassing voor ons in petto. Ongeveer halverwege de tunnel kon je via een paar steile trappen afdalen naar de oever van de Verdon. Die kans lieten we ons niet ontglippen, en 6 minuten later stonden we voor het eerst op een keienstrandje aan de rivier, en konden we het snelstromende water voelen. We waren bij de "Baume Aux Pigeons", de duivengrot, aadgekomen. Het water voelde heerlijk fris, en rook een klein beetje naar zout. Ook de nederlanders, die wij de Mescla hadden gezien, zaten van de natuur te genieten. Een italiaanse waagde zich in het koele water. Overal lagen van die ronde keien, kleine rotsblokken die eeuwenlang door de rivier gemangeld waren, en nu als ronde keien een keienstrand vormde. Ik ging gestrekt, met mijn rug op de keien liggen, en sloot de ogen. Andere wandelaars vonden dat maar niks, en dachten dat ik onwel was geworden. Dus maar weer vlug rechtopzitten, en verder genieten van het schouwspel. Want daarvoor waren we gekomen, Ruud en ik. Terug de ladders op, en de weg door de Baou tunnel werd vervolgd, waarbij we zo goed mogelijk probeerden de diepe plassen te ontwijken. Dat lukte vrij aardig met behulp van onze zaklampen. Direct bij de uitgang van de tunnel vonden we de laatste trap naar beneden op onze weg. We waren bij het eindpunt van de Martel- route aangekomen, de Samson engte. Na een kort verblijf aan de rand van het water, staken we een metalen brug het Baou-riviertje over, en klommen we omhoog via brede trappen naar de parkeerplaats waar we gisteren de Italaanse wandelaar hadden opgepikt. Het was net iets voor half drie. Inclusief het uitstapje naar de Mescla, en de rustpauses onderweg, hadden we vijf en een half uur nodig gehad voor de beroemde Sentier Martel. Nog maar een paar kilometer tot het eindpunt van de wandeling, nog 1 uur Maar we waren er nog niet. We hadden nog zeker 9 kilometer voor de boeg. Eerst klimmen naar Point Sublime, daar wat pauzeren, en daarna nog eens 8 kilometer terug naar La Palud, via de D952. Een uur later waren we La Palud tot op 5 kilometer genaderd. Nog maar een stukje. De wandeling bleef mooi, ook al hadden we dit stuk al eerder gezien gisteren. Nu was er meer tijd om van de vergezichten te genieten. Twee kilometer voor La Palud zagen we nog een schaapherder in actie. Hij liet twee Border-Collies het werk doen, de kudde was behoorlijk groot. Er liepen ook twee ezels mee in de schaapskudde, die beesten droegen een koeienbel zodat je ook kon horen war de kudde zich bevond. Net voordat we in La Palud arriveerden zag ik aan de linkerkant van de weg weer zo'n struik volkomen bedekt met spinnenwebben. Leuk voor een foto, met La Palud op de achtergrond. In La Palud zagen pas hoe smal de straatjes waren toen een bus voorbijkwam. Nu was meteen duidelijk waarom La Palud ook verkeerslichten heeft, als de bus langs moet staat de andere kant op rood. In een winkeltje kocht Ruud een lekker ijsje, daar had hij al de hele dag zin op. Ik hield het op 2 peren, waarvan ik er eentje oppeuzelde. Het was 16.40 toe we in de auto stapten. Een machtig mooie wandeldag was voorspoedig verlopen. Moe maar voldaan keerden we terug, over de D952, naar de camping. Het zou niet de laatste keer zijn vandaag.
Wandelen
De GR4 (onverharde weg) komt uit op de D23 Groepje wandelaars bij Chalet de la Maline Don't cross the river De Pass d'Issane, krankjorum, halverwege de afdaling Onverwachte momenten onderweg Waar is het pad ? Waar is het pad ? Een sensationele dubbele hindernis, dicht bij de Tunnel de Gueges De Mescla, samegaan van Verdon en Artby rivier  Geveld door een mokerslag. Hongerklop Alweer een hindernis die genomen moet worden De Tunnel de Trescaire, kon je door zonder een zaklamp te gebruiken.  Zaklamp is nodig Via de trap, afdalen naar de Duivengrot De Samson engte, einde van de martel-Wandeling Vader en zoon Wino en Ruud, heel uit de Canyon Via de trap, afdalen naar de Duivengrot