© Made by Wino 2018  (all rights reserved)

Naar de Verdon

Moustiers-Sainte-Marie, 3 juni 2005 Een lange autoreis bracht ons uiteindelijk in Moustiers-Sainte-Marie, een Provençaals stadje dat zich zonnig presenteerde aan de vele toeristen. Een korte maar mooie verkenning van dit dorpje was het gevolg. Donderdagavond om half tien vertrokken we uit Woensdrecht. Ruud had een paar uur geslapen en ik had onze twee kleinkinderen, Joshua en Myrthe, vergezeld op de laatste dag van de wandel- driedaagse van Woensdrecht. We hadden een aantal verschillende route beschrijvingen tot onze beschikking. De ene kwam van de ANWB, en de andere van Michelin. En in Zuid Frankrijk, na Grenoble konden we een aantal verschillende routes kiezen om in Moustiers uit te komen. Al vlug lag onze route in de duisternis. Antwerpen, waar ze aan de rondweg aan het werken waren, was geen probleem. Via de A1 ging het richting Brussel, en daar kozen we voor de A4, naar Namen (Namur) en Luxemburg. Na een paar kilometer gingen we, bij Thionville, Frankrijk in. De A31 bracht ons achtereenvolgens in Metz, Nancy en Dijon. In Metz kozen we voor de doorgaande weg, inplaats van de aangegeven omleiding. Dat was een goede keus, en bij Dijon hadden we de helft van onze heenreis volbracht. De A6 bij Dijon is een tolweg, de Michelin routebeschrijving gaf precies aan hoeveel tol we moesten betalen, € 24,60. Verder ging de nachtelijke reis via Villefrance sur Saone en Villeurbanne naar Lyon en via de N346 en E711 naar Grenoble. Onderweg werd twee maal gestopt, en had ik de ogen voor een half uur gesloten. gedurende de hele reis had Ruud zijn muziek opstaan, Charley Parker en Herman Brood. Ondertussen hadden we nogmaals tol betaald voor de A48, € 8,70. In Grenoble hadden we 900 km erop zitten. Nog maar 250 te gaan volgens de routebeschrijving. We besloten om, afwijkend van de routebeschrijving, de reis via de N85 naar het zuiden te vervolgen. De N85 staat bekend als "Route Napoleon", de route die Napoleon heeft genomen naar Parijs, na zijn gedwongen verblijf op Elba. Bij le Pont de Claix vonden we de juiste afslag van de A480. Ruud kende deze weg, en wist dus dat deze weg een echte toeristische weg was, waarbij snelheid geen rol meer speelt. De weg begon al lekker bochtig te worden, en begon te stijgen. Ruud stopte links van de weg, iets voorbij het dorp Laffrey. Ik stond voor een standbeeld van Napoleon, de man waar de weg naar vernoemd was. En we stonden op de plaats waar Napoleon de troepen van Lodewijk de 18de tegenover zich vond, de "Prairie de la Rencontre". Dicht bij het beeld werd het ontbijt verorbert. We waren de enige bezoekers bij het monument. De afvalbak was overvol, het gras was niet gemaaid, en de wilde bloemen waren talrijk. En de kiosk aan de rechterkant van de weg maakte een desolate indruk, klandizie werd niet verwacht. La Mure, een klein stadje verderop begon te ontwaken. De huizen in het stadje lags de N85 waren verrassend anders, en Ruud stopte zodat ik een paar foto's kon maken. Direct na La Mure kronkelde de weg in een aantal haarspeldbochten omhoog, waardoor het Alpen-massief, links van de weg, imposant op de voorgrond kwam. De toppen van een aantal Cols waren nog gedeeltelijk met sneeuw bedekt. Hemelsbreed zaten we maar 20 km van Alp de Huez verwijderd. Tijd voor het schieten van alweer een paar foto's. Foto's van de vergezichten, foto's van Lac du Sautet, en van een kerktoren. Wat opviel was de duidelijke aanwezigheid van klaprozen. Verderop waren er een paar velden waarop nagenoeg alleen maar klaprozen lieten zien. Een fantastisch gezicht. Via de Col Bayard kwamen we via een lange afdaling in gap terecht. Het was geen probleem om de N85 aan te houden, ook al was het behoorlijk druk in Gap. Alhoewel alle verkeersborden ons de weg wezen naar de autoweg A51, bleven we op de Route Napoleon. Maar vanaf gap was deze niet meer zo spectaculair. Ook voorbij Sisteron bleven we nog op de N85, en gingen richting Digne les Baines. Bij Mallemoisson kozen we voor de D17, richting Mezel, waardoor we geen omweg via Digne hoefde te maken. Vanaf Mezel volgden we de D907 naar het zuiden, en bij la Begude Blance kozen we de D953, welke ons van 485 meter naar 734 meter bracht via een aantal haarspeldbochten. Boven op de heuven lagen de lavendel velden zich te koesteren in de zon. Bij Puimoisson gingen we linksaf de D56 op, en bij de t-spitsing met de D952 gingen we weer linksaf. Moustiers-Saint-Marie was nog maar een paar s-bochten verwijderd. Het was kwart voor 11 toen we Moustiers passeerde. Eerst een camping zoeken. De eerste camping laag aan de D957, de weg van Moustiers naar Lac de Ste Croix. Helaas waren er problemen met de sanitair, zodat we een andere camping moesten zoeken. Onze keuze viel op camping Saint-Clair, precies op de rotonde-splitsing van de D952 en de D957. Agenten stonden bij de rotonde te posten, eentje had zelfs een geweer in de handen. Het is ons niet duidelijk geworden waarom die gendarmes daar stonden te posten. Na het opzetten van de tent en het in werking stellen van de koelbox werd wat gegeten. De bedoeling was iets te slapen, maar daarvoor was het te heet, zodat na een half uur de rustpauze werd gestaakt. We wilden naar Moustiers terug, maar vonden de afstand te ver om te gaan lopen. Dus werden de rugzakken in de auto geladen, en reed Ruud met de auto tot in het hartje van Moustiers. De flinke hellingen van het dorpje waren geen probleem voor de bus van Ruud. De beroemde rots, waaraan de ster van Moustiers is bevestigd lag direct voor ons. We begonnen vol goede moed aan de beklimming naar de kapel van Onze Lieve Vrouwe van Beauvoir. Vanaf het pad naar boven toe had je een mooi overzicht over het dorp beneden aan de voet van de rots. De klokkentoren van de kerk, met zijn XII eeuwse boogjes viel direct in het ook. Deze toren was vroeger in de hele Haute Provence bekend, omdat hij net zoveel wiebelde als zijn klokken. De zon liet zich van zijn beste kant zien, en de temperatuur was ongeveer 27 graden Celcius. Ik kon Ruud op de foto zetten toen hij over het bruggetje naar boven kwam. Langs het pad waren verschillende ruïnes te vinden. Waarvan was niet duidelijk. De klim naar de kapel was relatief eenvoudig, de kapel bleek toegankelijk te zijn. Helaas was het gastenboek, dat bij de ingang op een tafeltje lag, al helemaal vol. Ik schreef daarom maar iets op de laatste pagina. "Voor mijn Martie, ik hou van jou, Pap", was mijn tekst. Hierna stak ik een kaarsje aan. Ik moest lang zoeken voordat ik een manier vond om het kaarsje, dat 1 Euro koste, kon betalen. Toen ik de Euro in een kastje stopte ging het licht bij het altaar aan, en kon ik een paar foto's van het altaar maken. Na de bezichtiging van de kapel klommen we nog verder naar boven, en maakten nog een paar foto's. Helaas konden we niet verder klimmen, dus terug naar de kapel. Hier liep nog een pad naar links, terug naar het dorp. Het pad naar beneden gaf me een onveilig gevoel, een struikeling en je lag zo een paar meter dieper. Verderop was het pad veiliger, en kon je de trap naar beneden nemen. Het uitzicht over de omgeving was grandioos, en het dorpsgezicht van Moustiers veranderde bij elke stap naar beneden. Het was intussen half drie geworden, tijd om boodschappen te doen. Bij het gemeentehuis was ook de VVV, en daar kocht ik een brochure van de Gorges du Verdon. Alle wandelingen in de Grand Canyon waren hierin te vinden. Teksten waren in diverse talen te lezen waaronder ook Nederlands. Wat opviel in de dorpjes waar we doorheen waren gekomen, en wat zich herhaalde in Moustiers, was de bloemenpracht die overal te zien was. Huizen waren weelderig voorzien van bloembakken, en overal waren fonteinen waar het koude water uitstroomde. Ik dacht dat het drinkwater was, en nam een paar flinke slokken aan een fontein in het hartje van het dorp. Ruud waarschuwde dat het beter was geen water te drinken uit de streek. Hij had niet voor niets een grote hoeveelheid water uit Nederland meegenomen. Gelukkig hield ik aan het fonteinwater geen nadelige gevolgen over. Ook van het water van de camping, en later op andere openbare plaatsen kreeg ik geen maagkrampen of buikloop. Ruud kocht een Provençaalse fruitschaal in Moustiers, en ik hield het bij drie zakjes gemaakt van Provençaalse stof, gevuld met het streekproduct, Lavendel. Ik kon uit de stoffen welke te koop werden aangeboden, geen goede keus maken, en besloot verder niets te kopen. Voor een magnum-ijsje werd 3 Euro gevraagd, ook die lieten we maar bij de ijsverkoper liggen. Tijd voor een andere bezichtiging, Lac de Ste Croix. Hier kwamen we, na een paar haarspeldbochten op de D957 te hebben genomen, rond 4 uur s' middags aan. In de verte waren watersporters op het meer actief. Na het drinken van wat water en limonade werd het ons te heet aan het meer. Om vijf uur waren we weer terug op de camping. Tijd om onze vaardigheden als chef-kok uit te proberen. Het was iets drukker geworden op de camping, een tweetal kampeerplaatsen waren nu bezet. Van een Nederlander kregen we nog een krant van donderdag (gisteren). Op het menu stond gebakken aardappelen met wokgroenten. In de wok werd alles op een eetbare temperatuur gebracht. Als vlees werden gehakt worstjes gevuld met kaas, toegevoegd. Ook deze werden enigszins op temperatuur gebracht. Jus was er niet, daarom werden de verwarmde wok-producten voorzien van een laagje slasaus. Het smaakte redelijk. Om 6 uur s'avonds waren we weer op pad. Deze keer pakten we de D952, richting Castellane. We waren van plan om de Martel-route achterstevoren te lopen, starten bij Point Sublime, en eindigen bij Chalet de la Maline. Wat een prachtige weg, uniek zo aan de bovenkant van het ravijn, met de Verdon in de diepte. Wat een vergezichten, heerlijk om foto's te maken. De eerste stop was de Belvedere du Galetas. Van hiervandaan kon je terugkijken naar Lac de Ste Croix, ver beneden. We stopten nog op een aantal plaatsen langs de D952, en genoten van de magnifieke vergezichten. Bij de Col d'Ayen verwijderde de weg zich van de Verdon, een ander ravijn, Ravin du Mainmorte lag in de weg. In het bergdorpje La Palud sur-Verdon was het gezellig druk. De camping even buiten het dorp was behoorlijk vol. La Palud was de uitvalsbasis voor bergbeklimmers, een sport die op de flanken van de Gorges du Verdon ook wordt uitgeoefend. We stopten pas bij Point Sublime, en maakten een kleine wandeling naar de rand van het ravijn. Hier konden we het tunneltje zien waar een zijweg ons naar beneden naar de start van de "Sentier Martel" zou voeren. Een aantal wandelaars stonden te wachten tot er een taxi zou arriveren. Vervoer van hier naar de startplaats "Chalet de la Maline", de berghut van Maline, was blijkbaar niet makkelijk te regelen. Na wat rondgekeken te hebben besloten we naar de start van de Martel te gaan. Na een korte flinke daling van 150 meter konden we niet meer verder. Hier zouden we de auto moeten achterlaten, en zou een taxi ons na de wandeling vanaf de berghut terug moeten rijden. Het beginpunt werd verkend, en er werden alweer een paar foto's gemaakt. Ruud en ik waren het met elkaar eens, dat wandelaars, welke vanaf de berghut vertrokken, hier bij de Samson doorgang, nog een stevige klim naar Point Sublime moesten maken, alvorens ze bij de taxi-standplaats zouden arriveren. En daar maar wachten op vervoer. Een paar vrouwelijke wandelaars zaten verdwaasd op een muurtje naar adem te snakken. Hun licht was een beetje uitgegaan. Ons aanbod, de dames naar La Palud te vervoeren werd gretig aangenomen. Het waren Italianen, en slechts een sprak een beetje engels. Hun mannen waren alvast gaan lopen om vervoer te regelen. In la Palud aangekomen werden de dames bij hun mannen afgezet. Ze hoefden niet meer terug naar Point Sublime. Ruud en ik wilden nog graag ons eindpunt bij de berghut bekijken. Op weg daarheen stonden vier Engelse wandelaarsters te liften. Zij logeerden in Chalet de la Maline, en daar werden ze ook afgezet. Bij de berghut stond een waarschuwingsbord langs de route. Voorzichtigheid is gewenst langs de hele route. Baden of zwemmen in de rivier wordt ten strengste afgeraden. De Verdon kan gevaarlijk zijn. Na nogmaals de routebeschrijving bekeken te hebben, en na het zien van de te overbruggen hoogteverschillen, besloten Ruud en ik ons wandelschema geheel om te gooien. Het plan werd als volgt; Vroeg vertrekken vanaf de camping, en de auto parkeren in La Palud. Daar beginnen aan onze wandeling. Eerst de D23, de "Route des Cretes" 8 kilometer volgen tot aan Chalet de la Maline. Daar zouden we ontbijten, waarna we aan de Martel route zouden beginnen. Dus de normale richting van de Sentier Martel. En na het einde van het Martel-pad (een deel van de GR4), omhoog klimmen naar Point Sublime. Daar wat rusten voordat we nogmaals 8 kilometer zouden lopen, terug over de D952, naar La Palud. Een krankjorum plan van twee gekke Hollanders. Na de berghut wordt de D23 eenrichtingsverkeer. Er bleef dus niets anders over voor ons dan terug te rijden naar La Palud, en terug naar de camping. De poort ging op slot om 22 uur en dat gaf ons nog wat tijd om rustig te rijden. Nog een keer werd gestopt voor het maken van een spinrag-foto. Regelmatig zagen we bomen langs de weg staan, die helemaal onder de spinnenwebben zat. Een merkwaardig verschijnsel. Het einde van de avond kwam snel, en werd afgesloten met het leegdrinken van een fles witte wijn. Daarna ging Ruud onder de wol, en begon ik met het smeren van boterhammen, ons ontbijt voor de stop bij Chalet de la Maline.
Wandelen
Extra Foto’s Extra Foto’s Napoleon is  hier langs gekomen Het kerkje van Corps, aan de N85 De Alpen waren impossant aanwezig Typische huizenbouw langs de N85 Napoleon wist zonder te vechten hier door te komen Klaprozen Lavendelveld ten noorden van Puimoisson Uitzicht op de kapel, na een kleine klim Gemeentehuis van Moustiers Terug naar het dorp, via een onveilige route Lac de Ste Croix met in de verte de Galetas brug Lac de Ste Croix met in de verte de Galetas brug De Samson doorgang van de Martel route De Verdon was niet ver van ons vandaan Lavendelveld ten noorden van Puimoisson
© Made by Wino 2018 lAll rights reserved)

Naar de Verdon

Moustiers-Sainte-Marie, 3 juni 2005 Een lange autoreis bracht ons uiteindelijk in Moustiers-Sainte- Marie, een Provençaals stadje dat zich zonnig presenteerde aan de vele toeristen. Een korte maar mooie verkenning van dit dorpje was het gevolg. Donderdagavond om half tien vertrokken we uit Woensdrecht. Ruud had een paar uur geslapen en ik had onze twee kleinkinderen, Joshua en Myrthe, vergezeld op de laatste dag van de wandel- driedaagse van Woensdrecht. We hadden een aantal verschillende route beschrijvingen tot onze beschikking. De ene kwam van de ANWB, en de andere van Michelin. En in Zuid Frankrijk, na Grenoble konden we een aantal verschillende routes kiezen om in Moustiers uit te komen. Al vlug lag onze route in de duisternis. Antwerpen, waar ze aan de rondweg aan het werken waren, was geen probleem. Via de A1 ging het richting Brussel, en daar kozen we voor de A4, naar Namen (Namur) en Luxemburg. Na een paar kilometer gingen we, bij Thionville, Frankrijk in. De A31 bracht ons achtereenvolgens in Metz, Nancy en Dijon. In Metz kozen we voor de doorgaande weg, inplaats van de aangegeven omleiding. Dat was een goede keus, en bij Dijon hadden we de helft van onze heenreis volbracht. De A6 bij Dijon is een tolweg, de Michelin routebeschrijving gaf precies aan hoeveel tol we moesten betalen, € 24,60. Verder ging de nachtelijke reis via Villefrance sur Saone en Villeurbanne naar Lyon en via de N346 en E711 naar Grenoble. Onderweg werd twee maal gestopt, en had ik de ogen voor een half uur gesloten. gedurende de hele reis had Ruud zijn muziek opstaan, Charley Parker en Herman Brood. Ondertussen hadden we nogmaals tol betaald voor de A48, € 8,70. In Grenoble hadden we 900 km erop zitten. Nog maar 250 te gaan volgens de routebeschrijving. We besloten om, afwijkend van de routebeschrijving, de reis via de N85 naar het zuiden te vervolgen. De N85 staat bekend als "Route Napoleon", de route die Napoleon heeft genomen naar Parijs, na zijn gedwongen verblijf op Elba. Bij le Pont de Claix vonden we de juiste afslag van de A480. Ruud kende deze weg, en wist dus dat deze weg een echte toeristische weg was, waarbij snelheid geen rol meer speelt. De weg begon al lekker bochtig te worden, en begon te stijgen. Ruud stopte links van de weg, iets voorbij het dorp Laffrey. Ik stond voor een standbeeld van Napoleon, de man waar de weg naar vernoemd was. En we stonden op de plaats waar Napoleon de troepen van Lodewijk de 18de tegenover zich vond, de "Prairie de la Rencontre". Dicht bij het beeld werd het ontbijt verorbert. We waren de enige bezoekers bij het monument. De afvalbak was overvol, het gras was niet gemaaid, en de wilde bloemen waren talrijk. En de kiosk aan de rechterkant van de weg maakte een desolate indruk, klandizie werd niet verwacht. La Mure, een klein stadje verderop begon te ontwaken. De huizen in het stadje lags de N85 waren verrassend anders, en Ruud stopte zodat ik een paar foto's kon maken. Direct na La Mure kronkelde de weg in een aantal haarspeldbochten omhoog, waardoor het Alpen-massief, links van de weg, imposant op de voorgrond kwam. De toppen van een aantal Cols waren nog gedeeltelijk met sneeuw bedekt. Hemelsbreed zaten we maar 20 km van Alp de Huez verwijderd. Tijd voor het schieten van alweer een paar foto's. Foto's van de vergezichten, foto's van Lac du Sautet, en van een kerktoren. Wat opviel was de duidelijke aanwezigheid van klaprozen. Verderop waren er een paar velden waarop nagenoeg alleen maar klaprozen lieten zien. Een fantastisch gezicht. Via de Col Bayard kwamen we via een lange afdaling in gap terecht. Het was geen probleem om de N85 aan te houden, ook al was het behoorlijk druk in Gap. Alhoewel alle verkeersborden ons de weg wezen naar de autoweg A51, bleven we op de Route Napoleon. Maar vanaf gap was deze niet meer zo spectaculair. Ook voorbij Sisteron bleven we nog op de N85, en gingen richting Digne les Baines. Bij Mallemoisson kozen we voor de D17, richting Mezel, waardoor we geen omweg via Digne hoefde te maken. Vanaf Mezel volgden we de D907 naar het zuiden, en bij la Begude Blance kozen we de D953, welke ons van 485 meter naar 734 meter bracht via een aantal haarspeldbochten. Boven op de heuven lagen de lavendel velden zich te koesteren in de zon. Bij Puimoisson gingen we linksaf de D56 op, en bij de t-spitsing met de D952 gingen we weer linksaf. Moustiers-Saint-Marie was nog maar een paar s-bochten verwijderd. Het was kwart voor 11 toen we Moustiers passeerde. Eerst een camping zoeken. De eerste camping laag aan de D957, de weg van Moustiers naar Lac de Ste Croix. Helaas waren er problemen met de sanitair, zodat we een andere camping moesten zoeken. Onze keuze viel op camping Saint-Clair, precies op de rotonde-splitsing van de D952 en de D957. Agenten stonden bij de rotonde te posten, eentje had zelfs een geweer in de handen. Het is ons niet duidelijk geworden waarom die gendarmes daar stonden te posten. Na het opzetten van de tent en het in werking stellen van de koelbox werd wat gegeten. De bedoeling was iets te slapen, maar daarvoor was het te heet, zodat na een half uur de rustpauze werd gestaakt. We wilden naar Moustiers terug, maar vonden de afstand te ver om te gaan lopen. Dus werden de rugzakken in de auto geladen, en reed Ruud met de auto tot in het hartje van Moustiers. De flinke hellingen van het dorpje waren geen probleem voor de bus van Ruud. De beroemde rots, waaraan de ster van Moustiers is bevestigd lag direct voor ons. We begonnen vol goede moed aan de beklimming naar de kapel van Onze Lieve Vrouwe van Beauvoir. Vanaf het pad naar boven toe had je een mooi overzicht over het dorp beneden aan de voet van de rots. De klokkentoren van de kerk, met zijn XII eeuwse boogjes viel direct in het ook. Deze toren was vroeger in de hele Haute Provence bekend, omdat hij net zoveel wiebelde als zijn klokken. De zon liet zich van zijn beste kant zien, en de temperatuur was ongeveer 27 graden Celcius. Ik kon Ruud op de foto zetten toen hij over het bruggetje naar boven kwam. Langs het pad waren verschillende ruïnes te vinden. Waarvan was niet duidelijk. De klim naar de kapel was relatief eenvoudig, de kapel bleek toegankelijk te zijn. Helaas was het gastenboek, dat bij de ingang op een tafeltje lag, al helemaal vol. Ik schreef daarom maar iets op de laatste pagina. "Voor mijn Martie, ik hou van jou, Pap", was mijn tekst. Hierna stak ik een kaarsje aan. Ik moest lang zoeken voordat ik een manier vond om het kaarsje, dat 1 Euro koste, kon betalen. Toen ik de Euro in een kastje stopte ging het licht bij het altaar aan, en kon ik een paar foto's van het altaar maken. Na de bezichtiging van de kapel klommen we nog verder naar boven, en maakten nog een paar foto's. Helaas konden we niet verder klimmen, dus terug naar de kapel. Hier liep nog een pad naar links, terug naar het dorp. Het pad naar beneden gaf me een onveilig gevoel, een struikeling en je lag zo een paar meter dieper. Verderop was het pad veiliger, en kon je de trap naar beneden nemen. Het uitzicht over de omgeving was grandioos, en het dorpsgezicht van Moustiers veranderde bij elke stap naar beneden. Het was intussen half drie geworden, tijd om boodschappen te doen. Bij het gemeentehuis was ook de VVV, en daar kocht ik een brochure van de Gorges du Verdon. Alle wandelingen in de Grand Canyon waren hierin te vinden. Teksten waren in diverse talen te lezen waaronder ook Nederlands. Wat opviel in de dorpjes waar we doorheen waren gekomen, en wat zich herhaalde in Moustiers, was de bloemenpracht die overal te zien was. Huizen waren weelderig voorzien van bloembakken, en overal waren fonteinen waar het koude water uitstroomde. Ik dacht dat het drinkwater was, en nam een paar flinke slokken aan een fontein in het hartje van het dorp. Ruud waarschuwde dat het beter was geen water te drinken uit de streek. Hij had niet voor niets een grote hoeveelheid water uit Nederland meegenomen. Gelukkig hield ik aan het fonteinwater geen nadelige gevolgen over. Ook van het water van de camping, en later op andere openbare plaatsen kreeg ik geen maagkrampen of buikloop. Ruud kocht een Provençaalse fruitschaal in Moustiers, en ik hield het bij drie zakjes gemaakt van Provençaalse stof, gevuld met het streekproduct, Lavendel. Ik kon uit de stoffen welke te koop werden aangeboden, geen goede keus maken, en besloot verder niets te kopen. Voor een magnum-ijsje werd 3 Euro gevraagd, ook die lieten we maar bij de ijsverkoper liggen. Tijd voor een andere bezichtiging, Lac de Ste Croix. Hier kwamen we, na een paar haarspeldbochten op de D957 te hebben genomen, rond 4 uur s' middags aan. In de verte waren watersporters op het meer actief. Na het drinken van wat water en limonade werd het ons te heet aan het meer. Om vijf uur waren we weer terug op de camping. Tijd om onze vaardigheden als chef-kok uit te proberen. Het was iets drukker geworden op de camping, een tweetal kampeerplaatsen waren nu bezet. Van een Nederlander kregen we nog een krant van donderdag (gisteren). Op het menu stond gebakken aardappelen met wokgroenten. In de wok werd alles op een eetbare temperatuur gebracht. Als vlees werden gehakt worstjes gevuld met kaas, toegevoegd. Ook deze werden enigszins op temperatuur gebracht. Jus was er niet, daarom werden de verwarmde wok-producten voorzien van een laagje slasaus. Het smaakte redelijk. Om 6 uur s'avonds waren we weer op pad. Deze keer pakten we de D952, richting Castellane. We waren van plan om de Martel-route achterstevoren te lopen, starten bij Point Sublime, en eindigen bij Chalet de la Maline. Wat een prachtige weg, uniek zo aan de bovenkant van het ravijn, met de Verdon in de diepte. Wat een vergezichten, heerlijk om foto's te maken. De eerste stop was de Belvedere du Galetas. Van hiervandaan kon je terugkijken naar Lac de Ste Croix, ver beneden. We stopten nog op een aantal plaatsen langs de D952, en genoten van de magnifieke vergezichten. Bij de Col d'Ayen verwijderde de weg zich van de Verdon, een ander ravijn, Ravin du Mainmorte lag in de weg. In het bergdorpje La Palud sur-Verdon was het gezellig druk. De camping even buiten het dorp was behoorlijk vol. La Palud was de uitvalsbasis voor bergbeklimmers, een sport die op de flanken van de Gorges du Verdon ook wordt uitgeoefend. We stopten pas bij Point Sublime, en maakten een kleine wandeling naar de rand van het ravijn. Hier konden we het tunneltje zien waar een zijweg ons naar beneden naar de start van de "Sentier Martel" zou voeren. Een aantal wandelaars stonden te wachten tot er een taxi zou arriveren. Vervoer van hier naar de startplaats "Chalet de la Maline", de berghut van Maline, was blijkbaar niet makkelijk te regelen. Na wat rondgekeken te hebben besloten we naar de start van de Martel te gaan. Na een korte flinke daling van 150 meter konden we niet meer verder. Hier zouden we de auto moeten achterlaten, en zou een taxi ons na de wandeling vanaf de berghut terug moeten rijden. Het beginpunt werd verkend, en er werden alweer een paar foto's gemaakt. Ruud en ik waren het met elkaar eens, dat wandelaars, welke vanaf de berghut vertrokken, hier bij de Samson doorgang, nog een stevige klim naar Point Sublime moesten maken, alvorens ze bij de taxi-standplaats zouden arriveren. En daar maar wachten op vervoer. Een paar vrouwelijke wandelaars zaten verdwaasd op een muurtje naar adem te snakken. Hun licht was een beetje uitgegaan. Ons aanbod, de dames naar La Palud te vervoeren werd gretig aangenomen. Het waren Italianen, en slechts een sprak een beetje engels. Hun mannen waren alvast gaan lopen om vervoer te regelen. In la Palud aangekomen werden de dames bij hun mannen afgezet. Ze hoefden niet meer terug naar Point Sublime. Ruud en ik wilden nog graag ons eindpunt bij de berghut bekijken. Op weg daarheen stonden vier Engelse wandelaarsters te liften. Zij logeerden in Chalet de la Maline, en daar werden ze ook afgezet. Bij de berghut stond een waarschuwingsbord langs de route. Voorzichtigheid is gewenst langs de hele route. Baden of zwemmen in de rivier wordt ten strengste afgeraden. De Verdon kan gevaarlijk zijn. Na nogmaals de routebeschrijving bekeken te hebben, en na het zien van de te overbruggen hoogteverschillen, besloten Ruud en ik ons wandelschema geheel om te gooien. Het plan werd als volgt; Vroeg vertrekken vanaf de camping, en de auto parkeren in La Palud. Daar beginnen aan onze wandeling. Eerst de D23, de "Route des Cretes" 8 kilometer volgen tot aan Chalet de la Maline. Daar zouden we ontbijten, waarna we aan de Martel route zouden beginnen. Dus de normale richting van de Sentier Martel. En na het einde van het Martel-pad (een deel van de GR4), omhoog klimmen naar Point Sublime. Daar wat rusten voordat we nogmaals 8 kilometer zouden lopen, terug over de D952, naar La Palud. Een krankjorum plan van twee gekke Hollanders. Na de berghut wordt de D23 eenrichtingsverkeer. Er bleef dus niets anders over voor ons dan terug te rijden naar La Palud, en terug naar de camping. De poort ging op slot om 22 uur en dat gaf ons nog wat tijd om rustig te rijden. Nog een keer werd gestopt voor het maken van een spinrag-foto. Regelmatig zagen we bomen langs de weg staan, die helemaal onder de spinnenwebben zat. Een merkwaardig verschijnsel. Het einde van de avond kwam snel, en werd afgesloten met het leegdrinken van een fles witte wijn. Daarna ging Ruud onder de wol, en begon ik met het smeren van boterhammen, ons ontbijt voor de stop bij Chalet de la Maline.
Wandelen
Napoleon is  hier langs gekomen Napoleon wist zonder te vechten hier door te komen Typische huizenbouw langs de N85 De Alpen waren impossant aanwezig Het kerkje van Corps, aan de N85 Klaprozen Lavendelveld ten noorden van Puimoisson Uitzicht op de kapel, na een kleine klim Terug naar het dorp, via een onveilige route Gemeentehuis van Moustiers Lac de Ste Croix met in de verte de Galetas brug De Samson doorgang van de Martel route De Verdon was niet ver van ons vandaan