Deze 1947 DXpedition had alle kenmerken en mystiek welke behoren bij een bioscoopfilm zoals "Out of Africa". Radio was niet het hoofddoel van deze expeditie, maar voor de twee zendamateurs W6PBV en W0LHS was dit duidelijk wel het geval.!  

Eerder verteld in Electron, september 2003, auteur Wino, PA0ABM

 Inleiding

In 1982, tijdens een reis door de Rocky Mountains, had ik onverwachts een Eye-ball QSO with Bob Leo, W7LR en zijn vrouw Cobi in Bozeman, Montana. Bob en Cobi (geboren in Sassenheim) waren een jaar later onze gasten in Middelburg. Gedurende de afgelopen 20 jaar had ik 5 QSO's met Bob op 3 verschillende banden. Pas dit jaar kwam ik er achter dat die W7LR eigenlijk een DX beroemdheid is. Ik vond in QST van december 1993 een artikel over The famous Gatti-Hallicrafter's Expedition to "The Mountains of the Moon", en had een copy van het artikel gemaakt. Een paar maanden geleden vond ik het artikel terug in een oude doos, en begon het te lezen. Dit was het begin van een fantastische historische reis. Een Safari, waarbij ik twee hele goede gidsen had, Bob Leo W7LR, en Bill Snyder W0LHS.

De wedstrijd.

Bob Leo, W6PBV, zag een advertentie in het mei-nummer van QST-1947, geplaats door Hallicrafters. Eind 1947 zou een expeditie naar Brits Oost Afrika van start gaan, en men was op zoek naar een zendamateur die tijdens de expeditie de nieuwste Hallicrafters snufjes zou bedienen. Iedere amateur die zin had om mee te gaan werd uitgenodigd een sollicitatiebrief te schrijven van maximaal 250 woorden. De jury bestond uit Attilio Gatti, de expeditie-leider, Bill Halligan (W9WZE), de baas van Hallicrafters, en L. Handy (W1BDI), de Communication's manager van de ARRL. Er werden ruim 9000 sollicitaties ontvangen, een flinke klus voor de jury. Maar hoe schrijf je nu een winnende sollicitatie. Natuurlijk schreef Bob dat hij veel ervaring had met DX verbindingen. Hij had al meer dan 5000 QSO's gemaakt vanaf 1937 en had QSL van 66 landen en 30 zones. Een prestatie in die tijd. De QSO's waren hoofdzakelijk in CW, Bob kon 35 WPM nemen en seinen. Maar waarschijnlijk zat de winnende tekst in de laatste paar regels van zijn 250-woorden brief, hier onverkort weergegeven. "Also take good pictures with my camera (f4.5 time to 1/250th sec.). Don't mind working, don't need much sleep, am rather quiet, get along well with people, am in good health, and most of all would enjoy being the operator on the other end of a DX QSO". Dit was de eerste keer dat Hallicrafters een Expeditie zou sponsoren. Dit deden ze op een formidabele manier. Er werd door Hallicrafters een trailer volgestopt met radio-apparatuur. De trailer kreeg de bijnaam "Shack on Wheels". Uit de enorme hoeveelheid post werden uiteindelijk 2 amateurs uitgenodigd voor een persoonlijk gesprek bij Commander Gatti thuis in Derby Line, Vermont. De reis vanuit Californië naar Derby-Line, Vermont was al een avontuur op zichzelf. Bob woonde in die tijd in San Mateo, Californië. Gatti's huis stond precies op de grens met Canada, een deel bevond zich in de USA, het andere deel in Canada. Vier dagen na zijn vertrek uit San Mateo arriveerde Bob in Newport, Vermont. Hier maakte Bob kennis met W0LHS, Bill Snyder de andere kandidaat voor de funktie van Radio-Operator. De twee hams konden het direct goed met elkaar vinden. Bill en Bob probeerden Commander Gatti ervan te overtuigen dat BEIDEN nodig waren voor de omvangrijke klus in Oost Afrika. Half september 1947 kreeg Bill Snyder te horen dat hij was uigekozen. Bob moest nog tot half oktober wachten voordat hij te horen kreeg dat hij als tweede operator was aangewezen. Niet EEN maar TWEE zendamateurs gingen mee met de Gatti Hallictrafters Expedition naar "the Mountains of the Moon". De voorbereidingen aan de Gatti Hallicrafters Expeditie duurden totaal 25 maanden. Hat was niet gemakkelijk in die tijd aan de juiste spullen zoals vrachtwagens, opleggers, boten, 10-Kw, 110 Volt power-generators, speciale tenten, tropenhelmen, geweren, enz.. te komen. Maar Gatti was een meester in het overtuigen van andere mensen, hij kreeg wat hij hebben wou.

Het vertrek.

Voor Bob Leo begon de expeditie op 19 november 1947 met een treinreis van Oakland, Californie naar New York. Ook dez treinreis zal Bob wel nooit vergeten, want hij raakte in gesprek met een leuke Nederlandse meid, Cobi Kapteyn uit Sassenheim. Cobi had net een bezoek gebracht aan haar broer John, die in de staat Washington een import bedrijf voor bollen en planten had opgestart. "My notes say nice things about her, I played cards with Cobi one evening", is alles wat Bob loslaat over die Hollandse.. De expeditie vertrok uit New York met het S.S. African Pilgrim op 29 november 1947. Op de boot leerde Bob omgaan met de sextant, en er werden stiekem wat berichten in een fles overboord gewipt. Kerst 1947 werd op open zee, tussen Port Elisabeth en Durban doorgebracht, en nieuwjaar in Durban. Ook werden de havens van Dar es Salaam en Zanzibar aangedaan. Vooral Zanzibar met zijn gevlamde bomen met rode bloemen, met smalle steegjes, gekleurde markttaferelen enz, was een waar avontuur. Afmeren in Kilindini, de haven van Mombasa, werd vertraagd door de drukte in de haven. Pas op 16 januari 1948 kon men beginnen met het lossen van de enorme hoeveelheid materieel. Het was een drukte van jewelste in de haven, er moesten meer dan 700 kisten worden ingevoerd. Kisten 501 t/m 510 zaten vol met radio-spullen. Bob was de chauffeur van de truck welke voor trailer nummer 6 hing, het woonverblijf van Attilio Gatti. Radio-Operator was dus niet de enige taak tijdens deze expeditie. Er bevonden zich negen blanken onder de 42 expeditie-leden, 7 hadden de overtocht met de African Pilgrim gemaakt. Die zeven waren Gatti (expeditie-leider) en zijn vrouw Ellen, Bob Leo en Bill Snyder (de radio-crew), Weldon King en Errol Prince (fotografen), and James Powers (verslaggever). De andere twee blanken, allebei Britten, werden in Afrika aan de expeditie toegevoegd. Dat waren Norman Wakeford, de Camp-manager en Doug Edwards, Gatti's persoonlijke secretaris. Alle andere leden van de expeditie waren ingehuurd in Mombasa als chauffeur, als kok, als persoonlijke bediende, als veiligheidsbeamte, of als "boy" voor het verrichten van hand en spandiensten.

De eerste QSO's.

Op 20 januari vertrok de karavaan eindelijk naar het eerste kamp, Kwali, 50 kilometer landinwaarts. De onverharde wegen waren slecht, maar de omgeving leek in elk geval op het echte Afrika, dat Bob zo graag wou bekijken. Vijf uur na het vertrek werd Kwali bereikt, ondanks kokende radiatoren van de trucks, en losgeraakte bagage. Het kamp omvatte o.a 3 Camp-trailers, een tafel om aan te eten (chow- table), een outhouse (de WC), een foto-laboratorium-tent, de trailer van de Commander, Mevrouw Gatti's trailer, de agregaten, de Rhombic antenne, de Shack on Wheels, enz. Voor het eerste QSO werd gebruik gemaakt van een Whip-Antenne. Op 24 januari 1948 gaf I1KN, Fortunato Grossi in Florence, antwoord op een CQ van VQ4EHG (Kenya) op 20 meter cw. Met de rhombic ging het een stuk beter, al vlug stonden ZC6JJ, YA3B en FQ3AT/FE (nu F3AT) in het, met pen geschreven, log. En Bob kon een QSO maken met HZ1AB, terwijl zijn vader John daar in de shack was. Bill en Bob wisselden elkaar af in de shack, soms was het vermogen niet meer dan 10 watt. Stations zoals W6AM, Don Wallace, en zelfs W6PBV (met W6OFQ als operator) werden gewerkt. 'I had a good signal' herinnert Bob zich. In 1948 waren in Kenya 28 VQ4 calls uitgegeven, In Tanganyika (VQ3) 13 en in Uganda (VQ5) slecht 8. Gatti en Halligan maakten hun eerste verbinding op 25 januari 1948. Het was een commerciëel QSO, De directeur van Hallicrafters zat achter de microfoon van W9CGC, de Fifth Avenue Ham Club, gestationeerd in Hallicrafters fabriek in Chicago. Hallicrafters bewaarde de logs, en verzorgde de QSL-kaarten, de QSL-manager was W9TDF. Het opzetten van zulke commerciële verbindingen gebeurde altijd door W6PBV of W0LHS, daar had Gatti geen kaas van gegeven. Dit soort verbindingen kwam veelvuldig voor, en waren een van de oorzaken dat het niet boterde tussen de twee operators en de Commander. Bob was meer flexibel dan Bill Snyder, die zich behoorlijk ergerde aan Gatti. Steevast kregen de operators kommentaar (schriftelijk) als ze weer eens een verbinding maakten met het thuisfront. Elk kamp was opgebouwd in twee delen, een voor de Gatti's en de ander voor de rest van de crew. Elk deel had zijn eigen ploegje van inheemse helpers, koks en chauffeurs. Opzetten van een kamp was behoorlijk wat werk voor de twee hams. Ze hadden de verantwoording over het gehele electriciteits- netwerk. Alle trailers ware voorzien van electrische systemen, en moesten verbinding hebben met de 10 Kw, 110 Volt agregaten. De Rhombic antenna moest worden opgezet, waarbij het Afrikaanse personeel van Gatti een handje hielp. Geen eenvoudige taak, geen van de operators sprak een woord Swahili toen ze aan het avontuur begonnen. Tijdens de opbouw had Bob veel geluk toen de 'Natives' een zware antenne-paal niet onder kontrole hielden. De paal viel slechts een paar centimeter voorbij Bob's oor. Iets meer naar rechts, en dit verhaal zou nooit geschreven zijn. Totaal werden er 8 basiskampen opgebouwd tijdens deze Expeditie, Bob was maar QRV vanuit 5 kampen. Het was uiteraard niet eenvoudig om een goede kampplaats te vinden, want de trucks, trailers enz, moesten die plaats wel kunnen bereiken. Basiskamp nuumer 3 bijvoorbeeld werd opgezet in de buurt van Arusha, in Bamboo Flats. Een rare naam, de lokatie was verre van vlak en er was geen groeiende bamboe in de wijde omgeving te bekennen. Te laat werd ontdekt dat de kampeer-plaats wel heel verkeerd gekozen was. Een van de lokale plantageboeren had de onhebbelijke gewoonte om elke dag tonnen afval van gepelde koffiebonen te verbranden. Elke dag konden de kampbewoners genieten van de indringende ongewenste stank. Het woord millieu was in die dagen nog onbekend.  

Operating.

Tijdens de Gatti Hallicrafters Expeditie werden de volgende calls gebruikt: VQ3HGE (Tanganyika), VQ4EHG (Kenya), VQ5GHE (Uganda) en VQ5HEG (mobiele contacten). Op 20 november 1947 had Bob nog een onderhoud met Bill Halligan in Chicago, en had operatingtijden en frequenties afgesproken. Veelal waren Bob en Bill 8 uur per dag QRV, meestal van 13.00-15.00 GMT en van 16.00-22.00 GMT. De voorgestelde frequenties waren 14,160 en 28,030 voor CW, en 28,375 en 14,380 voor AM. SSB moest nog uitgevonden worden. Hallicrafters liet een brochure drukken welke pas werd verspreid toen de Expeditie in volle gang was. De radiowagen "Shack on Wheels" was uitgerust met een echte VFO, de HT-18, maar Bob kan zich niet herinneren dat hij de VFO heeft gebruikt. De pile-ups waren er natuurlijk ook, dag in dag uit. De aanroepende stations waren overe de HELE band verdeeld, haast iedereen maakte in 1948 gebruik van kristalgestuurde zenders. De zender was een HT-4E, welke door zijn gewicht (250 kilo) nauwelijks te vervoeren was. De Hallicrafters Modellen SX-42, SX-43 en S-38 ontvangers waren ook in de radiowagen ingebouwd. De antenne was een 'pre-fabricatet' rhombic voor 40-20-10 meter. Deze antenne kon volgende de ingenieurs van Hallicrafters, in 1 uur worden opgezet. Ingenieurs van Hallicrafters maakten ook propagatie-voorspellingen, afgeleid van 'the Bureau of Standards Data', zodat de Amerikanen konden zien wat de beste tijden waren om een QSO met een van de VQ-kampen te maken. Ook de beamrichting vanuit Chicago werd op de brochure weergegeven. De meeste AM QSO's werden door Bill (W0LHS) op 10 meter gemaakt, terwijl Bob (W6PBV) de CW virtuoos was met zijn mechanishe bug. Logs werden bijgehouden met de hand, de type-machine in de shack werd enkel voor het typen van brieven en verslagen gebruikt. Regelmatig werd post van thuis ontvangen, en tijdens de laatste maanden zaten daar ook QSL-kaarten bij. De "Shack on Wheels" werd behangen met deze QSL-kaarten. Uitgaande QSL-kaarten werden beplakt met een postzegel van 1 cent. Zelfs de postzegel werd afgestempeld met een speciale Gatti Hallicrafters stempel, een soort van eerste-dag-van uitgifte stempel.  

De Kilimanjaro.

Een van de doelen gedurende de expeditie, was het beklimmen van de Kibo, een van de drie vulkaankraters van de Kilimanjaro. Op 25 februari bereikte de karavaan de voet van de Kilimanjaro. Vijf man werden aangewezen om de berg te beklimmen, behalve Bob waren dat Norman, Jim, Errol en Weldon. Bill was de achterblijvende operator, ook de Gatti's bleven in het kamp achter. Het was geen technische beklimming, maar meer een trektocht welke 7 dagen duurde. Vertrokken werd vanaf het Kibo-hotel waar 2 gidsen, 15 dragers en een kok waren ingehuurd. Alles werd meegesjouwd op de hoofden van de dragers, en na een adembenemende dagwandeling werd Bismark Hut bereikt. Het dal beneden hun was goed te zien, en die avond werd portabel gewerkt met kamp 2. Ook werd de zaklamp gebruikt voor een QSO tussen Bob en Bill, het idee om dit experiment uit te voeren kwam van Bill. Tijdens de klim moest er had gewerkt worden Er werd heel wat 16 mm film gedraaid van fraaie vergezichten en van bosjes vreemd uitziende bomen welke enigzins vergelijkbaar waren met bananenbomen. Nacht 2 werd doorgebracht in Peters Hut, op een hoogte van 12,500 feet. Op dag 3 werd The Saddle aan de voet van de Mawenzi bereikt. Bob beschrijft "The Saddle" als een stukje maanoppervlak, overal lagen allerlei rotsblokken. Uiteindelijk bereikte de klimmers Kibo Hut, op een hoogte van 16,000 feet (4737 meter). De 5 blanken begonnen last te krijgen van hoogteziekte, daarom werd dag 4 gepauseerd in de kleine Kibo Hut, en er werd weer gefotografeerd en gefilmd. De nacht duurde maar kort, want om 1 uur liep de wekker al af. Er lag 10 cm sneeuw, het was volle maan, en de steenslag op de laatste klim naar de top was nog bevroren. Jim, Bob en Johanna de gids gingen voorop, maar na een poos moest Jim Powers afhaken en bleef achter in een grot om weer krachten op te doen. De hellingshoek was meer dan 45 graden, de hoeveelheid haarspelbochten ontelbaar, en door de losse steenslag was wegglijden voortdurend een probleem. Na een paar langzame stappen voorwaarts was het weer rusten geblazen. Bob bereikte, na 5 uur klimmen, om 8 uur s'morgens als eerste Gillman's Point op 5681 meter (19.400 feet), precies op de rand van de vulkaankrater. Het uitzicht vanaf het hoogste punt van Afrika, over het ijs en de gletchers vanaf Gillman's Point was adembenemend. Eigenlijk bestaat de Kibo uit twee pieken, Gillman's Point en Uhuru Point, deze laatste ligt op 5895 meter, 3 mijl verderop. Bob schreef in een brief aan zijn zuster: I couldn't see much point in going that far, just to go a few feet higher'. Jim arriveerde om half tien op de top, Errol om half elf, en Norman klaarde de klus rond de middag. Iedereen in basiskamp 2 werd via de FM-portables (van Motorola) op de hoogte gebracht. Voor Weldon bleek de Kibo helaas een paar stappen te ver. Tijdens de terugtocht, welke om 1 uur s'middags begon, werden de dalers nog getrakteerd op een sneeuwstorm. Twee dagen later, op 4 maart 1948, waren ze terug in basiskamp 2  

Het kampleven.

Het leven in een kamp was erg georganiseerd, vaak verschilde de ene dag nauwelijks van de andere. Het eten werd opgediend op vaste tijden door Asmani hun campboy, om 8 uur, 13 uur en 20-21 uur (lokale tijd). Commander Gatti zorgde zelf voor vers vlees, regelmatig ging hij op jacht voor vers vlees, er was genoeg wild vooradig. Bill en Bob namen nooit deel aan deze jachtpartijen, zij hadden elke dag genoeg ander werk. Regelmatig kreeg het kamp bezoekers, vaak waren dat de lokale bevolking, nieuwsgierig naar alles wat was uitgestald. De fotografen hadden het dan druk met hun foto-reportages, tenslotte was het een commercieële expeditie. Er werd ook nog meegedaan aan een DX contest, het gemiddelde aantal QSO's was 24 per uur. Op 17 maart 1948 werd de hulp ingeroepen van Dokter Noe uit Arusha. Ondanks de kokende hitte binnen de trailer had Bob het koud, had kippevel, krampen was duizelig enz.. De Nederlandse dokter stelde Kilima dysenterie als diagnose. Het resultaat was dat Bob 4 dagen mocht uitrusten in het ziekenhuis van Arusha. Pechvogel Bob kreeg ook nog, tijdens een simpel klusje, de punten van een buigtang in zijn linkeroog toen een spandraad het plotseling begaf. Bob herstelde snel en hield er geen nadelige gevolgen aan over. Op 3 april stonden 77 landen en 30 zones in het log van VQ3HGE. Die 77 landen waren in een tijdsbestek van nauwelijks 1 maand gemaakt, vanuit San Mateo had Bob 11 jaar nodig gehad voor het werken van 71 landen. Bob moest nu alle verbindingen zelf maken, want Bill werd, direct na de beklimming van de Kilimanjaro, door Gatti ontslagen. VQ3HGE was weer 8 uur per dag in de lucht. Gatti keek altijd boos en reageerde onbeschoft als er weer een QSO met Californië werd gemaakt. Niet reageren op de aantijgingen van de Commander scheen nog het beste te werken, volgens Bob.

Ngorongoro en Serengeti.

Om van basiskamp 3 Bamboo Flats naar basiskamp 4, Narwa te komen, 200 mijl verderop, had de expeditie 5 dagen nodig. Allerlei dingen liepen verkeerd, teveel om op te noemen. De konstante klim zorgde ervoor dat de motor konstant kookte. Bob verwonderde zich elke keer met welk gemak de "Shack on Wheels bergopwaarts, door de truck van 1,5 ton kon worden voortgetrokken. De gemiddelde snelheid lag tussen 2 en 6 mijl per uur in de laagste versnelling. Toch kwam de Shack on Wheels vast te zitten op een heuvel, en er volgde nog een gedwongen rustpauze toen de brandstof van Bob's truck opraakte. Er was genoeg te eten, en je kon goed slapen in de Shack on Wheels, maar toen een truck arriveerde met brandstof werd toch besloten om de karavaan achterna te gaan. Om 1 uur s'nachts werd, ondanks de altijd aanwezige mist en nat gras, de Ngorongoro Crater bereikt. Hier werd besloten om 1 dag te bivakkeren, zodat noodzakelijke werkzaamheden aan het wagenpark uitgevoerd konden worden. Na het oponthoud bij de Ngorongoro Crater vertrok de karavaan de volgende morgen om half 8. Het regende natuurlijk weer (er valt jaarlijks 1400 mm water in de krater). Regelmatig kwam de Shack on Wheels vast te zitten, en was een 3-tons truck nodig om het gestrande voertuig weer vlot te trekken. Tijd voor de sneeuwkettingen, of beter de modderkettingen. Bob had intussen geleerd die dingen snel aan te brengen. Gedurende de lange afdaling klaarde het weer op, en voor de eerste keer in al die maanden kon de expeditie grote aantallen dieren, Gnoes, voorbij zien trekken. Na de Gnoes kwamen de eland- antilopen, kleine vossen , impala's enz.. aan de beurt. De Serengeti-vlakte was weer een nieuw hoogtepunt, ook al moest voortdurend gestopt worden omdat er steeds zand in het brandstofsysteem terecht kwam. Stoppen, schoonmaken, en weer verder, want de moderne truck had natuurlijk een brandstoffilter ingebouwd. De wegen waren slechts karrensporen, gevuld met scherpe rotsen, een klapband kon dus niet uitblijven. En als er weer eens een heuveltje niet te nemen was, dan moest er maar een andere weg door de Serengeti gezocht worden. En nadat een groep sierlijk rennende langnekken de ploeterende karavaan had gepasseerd, kwam de truck van Bob weer vast te zitten in het zand. Toe werd maar besloten het kamp op te zetten. Die dag werd 24 mijl afgelegd. De volgende dag liet de crew zich niet meer leiden door de sporen, achtergelaten door vroegere safari-gangers. De karresporen werden verlaten, en verkenners werden vooruitgestuurd om de minst glooiende helling te vinden. Over het vernietigen van natuur werd in 1948 nog niet zo diep nagedacht. Na het verlaten van de vlakte werd het terrein golvend en erg ruw, met diepe groeven. Dit was teveel voor de Shack on Wheels. Het bevestigingsmechanisme van de trailer ging kapot, en er bleef niets anders over dan een bewaker bij de oplegger achter te laten, en alleen met de truck verder te rijden. Met nog 55 mijl te gaan naar het volgende basiskamp bij Loliondo, werd nogmaals kamp gemaakt. Het begon weer te regenen, en toen Weldon terugreed om de arme bewaker van eten en drinken te voorzien kwam hij ook nog vast te zitten in de modder. Dus Bob er weer achteraan om Weldon weer te bevrijden. Het laatste stuk naar Loliondo verliep voorspoedig. Goeie wegen en niet eens steil. De vlakte strekte zich weer tot de horizon uit maar er was wat meer begroeing dan voorheen. Er waren weer genoeg dieren te zien, giraffen, gnoes, struisvogels, en zelfs Thompsons Gazellen, met hun prachtige kleuren. Om 5 uur s'avonds bereikten ze de plaats waar basiskamp nummer 4 zouden worden opgezet. De enige blanken in Loliondo waren Districts Commisioner Thorne en zijn vrouw. Natuurlijk moest de Shack on Wheels nog worden opgehaald. Deze klus werd geklaard door Errol en Bob, waarbij nu eens de rollen waren omgedraaid. Errol was de chauffeur, en Bob was de fotograaf, die met de Leica camera van Errol maar niet genoeg dieren kon fotograferen.

Kamp Narwa.

Ze bleven een paar dagen in Loliondo en vertrokken toen voor het opzetten van een nieuw basiskamp, 5 kilometer verderop. Kamp 4, Narwa, was midden in Masai gebied. Vroeger waren de Masai geduchte krijgers, maar in 1948 was hun veestapel het belangrijkste in hun bestaan. Ze kwamen in grote getallen naar het Narwa-kamp om hun nieuwsgierigeheid te bevredigen. In hun originele kleding zagen ze er erg imposant uit, droegen allemaal een lange speer en een lang mes bij zich, en hadden hun haar met modder ingesmeerd. Sommigen hadden versierselen in hun oren. Bob kreeg het sterke vermoeden dat ze na het vertrek van de expeditie hun oren zouden versierenn met flitslampjes en radiobuizen, want de Masai vonden die dingen prachtig. Het kamp was min of meer permanent, er werden extra hutten neergezet, kompleet met rieten daken. De hutten deden dienst als eetzaal, als foto-laboratorium en als magazijn. De rhombic werd direct de eerste dag opgezet, maar de condities waren slecht. De QSO-teller was op 18 april 1948 de 2000 gepasseerd, de landenteller stond op 86 en er waren 43 staten gewerkt. Kamp Narwa was niet zover van Nairobi, Kenya vandaan, eens per week werd post ontvangen. En bij die post zaten honderden QSL- en SWL-kaarten. De dagelijkse 8 uur aktiviteit als VQ3HGE vonden meestal plaats van 15.30 to 18.45 en 20.15 tot 01.00 lokale tijd, op 14 Mc. Bob was ook nog druk bezig om in een van de kleinere trucks een mobiel station in te bouwen. Hij en Jim Powers, de verslaggever, zouden een trip maken naar Uganda, naar de "Mountains of The Moon". Plannen voor dit uitstapje namen steeds vastere vormen aan, de reis daarheen zou waarschijnlijk 4 dagen duren. Het gewerkt aantal landen liep nog steeds omhoog, op 23 mei 1948 stonden 116 landen in het log, en Nevada was als nieuwe staat aan de lijst toegevoegd. Er werd een extra antenne opgehangen voor het Midden Oosten, de resultaten waren voortreffelijk. Siberië, India, Palestina, Oman, Iran, Irak waren geen probleem. Een QSO met zijn vader in Saudi Arabië, HZ1AB, wilde maar niet lukken. Tibet was nog steeds nodig voor WAZ, en de staat Montana was nog nodig om WAS kompleet te maken. Steeds vaker was op de banden de vraag te horen wanneer de Expeditie QRV zou zijn als VQ5GHE (Uganda). De ontvangen rapporten op 14 Mc waren uitstekend, 599 vanuit Europa. Vaak kreeg VQ3HGE te horen dat hij de enige DX waren op de band. Praktisch iedere Europeaan was op de hoogte van de aktiviteiten van de Gatti Hallicrafters Expeditie. En de vele aanroepen voor VQ3HGE veroorzaakte steeds weer een verschrikkelijke QRM op de band !!!

Uganda, eindelijk.

Pas op 12 juni kregen Jim en Bob van Gatti groen licht voor hun mini-expeditie naar Uganda. De DX- wereld zat met smart op een signaal uit VQ5 te wachten. Maandag 14 juni om 6 uur vertrok de nieuwe "Shack in Truck", richting Uganda, met een omweg via Nairobi, Kenya. Onderweg kwamen ze Weldon King (op terugreis van Nairobi) tegen, die met zijn truck vastzat in de modder op de Loita vlakte. Weldon werd geholpen, waarna de reis werd vervolgd. Maar niet voor lang want het tweetal kwam zelf vast te zitten in de vette zwarte gumbo. Een uurtje modderen voor het bevestigen van de modderkettingen was het resultaat. In Narock werd brandstof getankt. Nog een keer werd gestopt onderweg, weer om voor wegenwacht te spelen. Een vrachtwagen stond langs de route met een klapband, en de inzittenden hadden vergeten om gepast gereedschap mee te nemen. Het laatste stuk naar Nairobi, waar ze zouden overnachten, was een peuleschil, de weg was zelfs geasfalteerd. Vijf dagen later kwamen ze eindelijk midden in de nacht aan op de plaats van bestemming, Fort Portal in Uganda. Na een korte nachtrust en een stevig ontbijt gingen ze naar de Boma, voor een bezoek aan de D.C., de Districts Commisioner. Die bleek niet op de hoogte te zijn van hun komst. Oei, dat zat niet goed. Ook de Immigration Officer bleek niet blij te zijn met die snuiters en die vrachtwagen vol met apparatuur. Bob had in de haast om weg te komen bij Gatti zijn paspoort vergeten, en het visum van Jim was verlopen. En de radio-apparatuur maakten Jim en Bob wel erg verdacht. Ze kregen geen toestemming om te zenden. Dat was niet zo erg, want de zender, de HT-4E deed het toch niet. Bob begon s'middags met de reparatie van de zender, nadat eerst de antenne was opgezet, en de extra lading uit de vrachtwagen was verwijderd. Hij had de hele zaterdagavond en de zondagmorgen nodig om dat ding te repareren. Jim kreeg het, met veel diplomatie, voor elkaar dat de lokale overheid toch toestemming gaf om VQ5GHE in de lucht te brengen. Het eerste QSO was met Zuid Afrika, en daarna volgde een aantal Amerikanen. Bob bleef doorgaan tot diep in de nacht. Het was een absoluut gekkenhuis op de band, een enorme puinhoop. De condities waren uitstekend, iedereen bleef maar roepen, het zwakste rapport dat VQ5GHE kreeg was 589. Ook op maandagmiddag ging het gekkenhuis door. Maar niet voor lang want de District Commissaris kwam voorbij en dwong Bob te stoppen. Hij had geen geldige papieren ontvangen, dus was VQ5GHE illegaal. Nou bedankt Commander Gatti, voor het niet meegeven van de juiste papieren, en voor het niet informeren van de lokale overheid van onze komst, was Bob's teleurgestelde reaktie. En de DX- gemeenschap bleef zich maar afvragen waarom VQ5GHE niet meer te horen was. Vijf dagen later, op zaterdag 26 juni kwam toch de toestemming om te mogen zenden. VQ5GHE was weer tot in de kleine uurtjes in de lucht. De pret was helaas maar van korte duur, want Bob en Jim moesten de volgende dag weer richting Kampala. Op zondagmorgen was Bob nog even aktief als VQ5HEG (mobiel) en maakte 18 QSO's. Totaal werden er 251 stations vanuit Uganda Protectoraat gewerkt. Overnacht werd weer in Kampala waar Bill Snyder ploseling de hotelkamer kwam binnenstuiven. Hij was met het echtpaar Arch Oboler, de nieuwe werkgever van Bill, op weg naar Belgisch Congo. De truck moest nog gerepareerd worden, de reparatie zorgde voor drie extra dagen oponthoud in Kampala. VQ5PBD, Peter Dodd, werd nog geholpen met het opzetten van een 6 el beam voor 10 meter, en er werden door Bob nog een paar QSO's met slechts 20 watt gemaakt. Een telegram aan Gatti was nodig om Jim en Bob uit de geldzorgen te helpen, het geld kwam net op tijd voor hun vertrek uit Kampala. Zaterdag 3 juli bereikte de mini-expeditie Nairobi, waar een verplichte stop van 2 dagen nodig was. Na het achterlaten van het agregaat waren ze eindelijk op 5 juli om 11 uur s'avonds terug in kamp Narwa bij Loliondo.

De laatste QSO's.

Bob was direct de volgende dag weer, zoals vanouds 8 uur per dag, QRV als VQ3HGE. De apparatuur bleef opgesteld staan in de kleine truck, enkel de antenne hoefde maar aangesloten te worden. Gedurende de laatste dagen dat de Expeditie te werken was kwamen zeer veel bedankjes uit de luidspreker. Vrijdagnacht 9 juli 1948 ging de stekker definitief uit het stopkontakt. Er stonden 3822 QSO's in het logboek, de landenteller bleeft steken op 122.                      

De expeditie valt uit elkaar.

Na de beklimming van de Kibo werd Bill Snyder, W0LHS, ontslagen. En Doug Edwards vond het toen ook welletjes en nam zelf ontslag. Attilio Gatti was geen gemakkelijke man in de omgang. Bob diende zijn contract uit, en hield de DX-wereld nog 4 maanden lang in extase. Nadat kamp Narwa was afgebroken keerde de stoet terug naar Nairobi. Voor Bob, W6PBV en voor Jim Powers was dat het einde van hun expeditie. Gatti ging daarna nog 2 maanden door met een foto-safari naar de "Mountains of the Moon". Hij werd daarbij vergezeld door King, Prince en Wakeford. Nog 3 basiskampen 6, 7 en 8 werden op de kaart gebracht, maar geen expeditie-call werd meer in de lucht gebracht. Niets verliep zoals gepland. Hallicrafters raakte alle logs van de expeditie kwijt, een grote teleurstelling voor Bob Leo en Bill Snyder. Bob vond een brief van G3NOF met een lijst van stations waarmee VQ3HGE in QSO was geweest. Een van die QSO's was met PA0UN op 13 May 1948 1922 utc op 14 MHz AM 58. Misschien staan nog ergens op een donkere stoffige zolder wat oude schoenendozen, waarin QSL kaarten van vergeten Expeditie-QSO's zitten, en die het geheugen van W7LR een beetje kunnen opfrissen. Natuurlijk kunnen QSL-musea, wanneer zij voldoende van deze oude QSL-kaarten bezitten, amateurs zoals Bob helpen om de historie een beetje te laten herleven. PA1AT, Gerard is ook bezig zo'n QSL-verzameling aan te leggen. Het QSL museum in Oostenrijk http://www.qsl.at/english/en_main.html heeft al een flinke collectie oude QSL-kaarten, maar slechts een was ingevuld voor de bevestiging van een Gatti-Hallicrafters QSO. De grote ham-vraag is nu natuurlijk, waar zijn al die andere duizenden VQ- QSL's? En wie kan een QSL tevoorschijn toveren die aan VQ3HGE, VQ4EHG, VQ5HEG of VQ5GHE is geadresseerd? Er was heel wat speurwerk nodig om te achterhalen wat er allemaal is gebeurd tijdens de 6 maanden durende expeditie. Jim Powers, met de expeditie meegestuurd als verslaggever van International News Service, heeft heel wat krantenkolommen met zijn verhalen gevuld. Bob is veel vergeten in de afgelopen 55 jaar, en Bill Snyder, die een veel beter geheugen heeft dan Bob, verliet de expeditie voortijdig. De QSL kaart uit de verzameling van Gerard Hij was er bij de opbouw van basiskamp 3, Arusha, al niet meer bij. Gatti noemde 10.000 als QSO-aantal, terwijl Bob's notities slechts 3822 QSO's vermelden. Volgens Gatti waren alle deelnemers aan de expeditie succesvol in het bereiken van de Kibo-top op de Kilimanjaro. De Commander was een meester in het gekleurd weergeven van diverse wetenswaardigheden. Bob Leo keerde nog een maal terug naar het Gatti kamp in Nairobi om nog wat zaken uit te praten met de Commander. Hij was QRV als gastoperator van VQ4ERR in Nairobi van 15 juli tot 21 augustus 1948, en maakte 307 QSOs vanuit de shack van Robbie Robson, VQ4ERR. Van PA1AT kwam de QSL-kaart, ingevuld doo Bob Leo, toen deze aktief was als VQ4ERR.

Na de Expeditie.

Na afloop van de expeditie accepteerde Bob een baan bij ARAMCO. Bob werkte voor ARAMCO in Saudi Arabiaen was daar QRV als HZ1AB. Hij was supervisor van hun radio station HZA, en werkte voor de geologie-afdeling in de Arabische woestijn, en in de Perzische Golf. Bob was ook QRV als MP4BAL vanuit Bahrein, voordat hij uiteindelijk naar de Verenigde Staten terugkeerde. Gedurende de expeditie maakten I1KN en W6PBV veel QSOs en werden goede vrienden. Tijdens zijn verblijf in Saudi Arabië begon Bob te corresponderen met Cobi, die Hollandse meid, waarmee hij had kennis gemaakt bij de aanvang van de expeditie. Het resultaat van al die brieven was een weerzien in Florence, Italië, begin 1949. Cobi woonde toen in Nederland. Het stel had vergevordere plannen en wilde in Florence trouwen. Gelukkig was I1KN stand-bye om Bob en Cobi te helpen met het noodzakelijke papierwerk. Het is derhalve niet verwonderlijk dat Fortunato Grossi, I1KN hun 'best man' was tijdens hun huwelijk in Florence in oktober 1949. Na het huwelijk hebben Bob en Fortunato elkaar nooit meer ontmoet. Nu, in 2003, mogen Bob en Cobi nog steeds van een goede gezondheid genieten. Bob is intussen 82, hun woonplaats is nog altijd Montana, de staat welke Bob maar niet kon werken vanuit Tanganyika. Bob heeft zijn machtiging sinds 1937 (SWL van 1933 to 1937) en is nog steeds erg aktief op alle banden. Hij heeft alle 335 Entities bevestigd, en heeft meer dan 200 Entiteiten op 160 meter bevestigd. Het echtpaar Leo is nog avontuurlijk genoeg om te reizen, een van hun laatste trips was naar Alaska. En een eye-ball QSO met de schrijver van dit artikel staat geloof ik in de planning. © Wino, PA0ABM      
VQ4EHG, Kenya Bob, QRV vanuit de Shack on Wheels

De eerste Commerciële DXpeditie

1947-1948

Aankomst van de African Pilgrim in Mombasa. Van links naar rechts, Bill, James, Ellen, Attilio, Bob en Errol. Weldon King was de fotograaf. Lossen van de enorme hoeveelheid materiaal Opzetten van de Rhombic antenne.  De boys helpen bij het opzetten. Even uitblazen tijdens de beklimming van de Kilimanjaro Niet alle bezoekers waren welkom Zou de Shack on Wheel echt vastzitten? De Masai op bezoek bij VQ3HGE Kwestie van goede organisatie Wie heeft een ingevulde kaart van dit station? Bob QRV als VQ4ERR, de QSL kaart komt uit de verzameling van PA1AT Bob Leo, 82, maar nog steeds fanatiek aktief (foto 2003)
 
The Gatti-Hallicrafters Expedition QSOs in 1948
Call Start End QSO# W6PBV W0LHS Ctry# Zones States
VQ4EHG Kenya Jan 21 Feb 16 942 620 322 51 24 42
VQ3HGE Tanganyika Feb 20  Jul 06 Jun 13  Jul 09 2629 2447 182 122 39 47
VQ5GHE Uganda Jun 20  Jun 26 Jun 21  Jun 27 233 233 0 19 1330
VQ5HEG Uganda Jun 27 Jun 27 18 18 0 3 47
Total Jan 21 Jul 0938223318 504 1233948
Deze 1947 DXpedition had alle kenmerken en mystiek welke behoren bij een bioscoopfilm zoals "Out of Africa". Radio was niet het hoofddoel van deze expeditie, maar voor de twee zendamateurs W6PBV en W0LHS was dit duidelijk wel het geval.!  

Eerder verteld in Electron, september 2003, auteur Wino, PA0ABM

 Inleiding

In 1982, tijdens een reis door de Rocky Mountains, had ik onverwachts een Eye-ball QSO with Bob Leo, W7LR en zijn vrouw Cobi in Bozeman, Montana. Bob en Cobi (geboren in Sassenheim) waren een jaar later onze gasten in Middelburg. Gedurende de afgelopen 20 jaar had ik 5 QSO's met Bob op 3 verschillende banden. Pas dit jaar kwam ik er achter dat die W7LR eigenlijk een DX beroemdheid is. Ik vond in QST van december 1993 een artikel over The famous Gatti-Hallicrafter's Expedition to "The Mountains of the Moon", en had een copy van het artikel gemaakt. Een paar maanden geleden vond ik het artikel terug in een oude doos, en begon het te lezen. Dit was het begin van een fantastische historische reis. Een Safari, waarbij ik twee hele goede gidsen had, Bob Leo W7LR, en Bill Snyder W0LHS.

De wedstrijd.

Bob Leo, W6PBV, zag een advertentie in het mei-nummer van QST- 1947, geplaats door Hallicrafters. Eind 1947 zou een expeditie naar Brits Oost Afrika van start gaan, en men was op zoek naar een zendamateur die tijdens de expeditie de nieuwste Hallicrafters snufjes zou bedienen. Iedere amateur die zin had om mee te gaan werd uitgenodigd een sollicitatiebrief te schrijven van maximaal 250 woorden. De jury bestond uit Attilio Gatti, de expeditie-leider, Bill Halligan (W9WZE), de baas van Hallicrafters, en L. Handy (W1BDI), de Communication's manager van de ARRL. Er werden ruim 9000 sollicitaties ontvangen, een flinke klus voor de jury. Maar hoe schrijf je nu een winnende sollicitatie. Natuurlijk schreef Bob dat hij veel ervaring had met DX verbindingen. Hij had al meer dan 5000 QSO's gemaakt vanaf 1937 en had QSL van 66 landen en 30 zones. Een prestatie in die tijd. De QSO's waren hoofdzakelijk in CW, Bob kon 35 WPM nemen en seinen. Maar waarschijnlijk zat de winnende tekst in de laatste paar regels van zijn 250-woorden brief, hier onverkort weergegeven. "Also take good pictures with my camera (f4.5 time to 1/250th sec.). Don't mind working, don't need much sleep, am rather quiet, get along well with people, am in good health, and most of all would enjoy being the operator on the other end of a DX QSO". Dit was de eerste keer dat Hallicrafters een Expeditie zou sponsoren. Dit deden ze op een formidabele manier. Er werd door Hallicrafters een trailer volgestopt met radio-apparatuur. De trailer kreeg de bijnaam "Shack on Wheels". Uit de enorme hoeveelheid post werden uiteindelijk 2 amateurs uitgenodigd voor een persoonlijk gesprek bij Commander Gatti thuis in Derby Line, Vermont. De reis vanuit Californië naar Derby-Line, Vermont was al een avontuur op zichzelf. Bob woonde in die tijd in San Mateo, Californië. Gatti's huis stond precies op de grens met Canada, een deel bevond zich in de USA, het andere deel in Canada. Vier dagen na zijn vertrek uit San Mateo arriveerde Bob in Newport, Vermont. Hier maakte Bob kennis met W0LHS, Bill Snyder de andere kandidaat voor de funktie van Radio-Operator. De twee hams konden het direct goed met elkaar vinden. Bill en Bob probeerden Commander Gatti ervan te overtuigen dat BEIDEN nodig waren voor de omvangrijke klus in Oost Afrika. Half september 1947 kreeg Bill Snyder te horen dat hij was uigekozen. Bob moest nog tot half oktober wachten voordat hij te horen kreeg dat hij als tweede operator was aangewezen. Niet EEN maar TWEE zendamateurs gingen mee met de Gatti Hallictrafters Expedition naar "the Mountains of the Moon". De voorbereidingen aan de Gatti Hallicrafters Expeditie duurden totaal 25 maanden. Hat was niet gemakkelijk in die tijd aan de juiste spullen zoals vrachtwagens, opleggers, boten, 10-Kw, 110 Volt power- generators, speciale tenten, tropenhelmen, geweren, enz.. te komen. Maar Gatti was een meester in het overtuigen van andere mensen, hij kreeg wat hij hebben wou.

Het vertrek.

Voor Bob Leo begon de expeditie op 19 november 1947 met een treinreis van Oakland, Californie naar New York. Ook dez treinreis zal Bob wel nooit vergeten, want hij raakte in gesprek met een leuke Nederlandse meid, Cobi Kapteyn uit Sassenheim. Cobi had net een bezoek gebracht aan haar broer John, die in de staat Washington een import bedrijf voor bollen en planten had opgestart. "My notes say nice things about her, I played cards with Cobi one evening", is alles wat Bob loslaat over die Hollandse.. De expeditie vertrok uit New York met het S.S. African Pilgrim op 29 november 1947. Op de boot leerde Bob omgaan met de sextant, en er werden stiekem wat berichten in een fles overboord gewipt. Kerst 1947 werd op open zee, tussen Port Elisabeth en Durban doorgebracht, en nieuwjaar in Durban. Ook werden de havens van Dar es Salaam en Zanzibar aangedaan. Vooral Zanzibar met zijn gevlamde bomen met rode bloemen, met smalle steegjes, gekleurde markttaferelen enz, was een waar avontuur. Afmeren in Kilindini, de haven van Mombasa, werd vertraagd door de drukte in de haven. Pas op 16 januari 1948 kon men beginnen met het lossen van de enorme hoeveelheid materieel. Het was een drukte van jewelste in de haven, er moesten meer dan 700 kisten worden ingevoerd. Kisten 501 t/m 510 zaten vol met radio-spullen. Bob was de chauffeur van de truck welke voor trailer nummer 6 hing, het woonverblijf van Attilio Gatti. Radio-Operator was dus niet de enige taak tijdens deze expeditie. Er bevonden zich negen blanken onder de 42 expeditie-leden, 7 hadden de overtocht met de African Pilgrim gemaakt. Die zeven waren Gatti (expeditie-leider) en zijn vrouw Ellen, Bob Leo en Bill Snyder (de radio-crew), Weldon King en Errol Prince (fotografen), and James Powers (verslaggever). De andere twee blanken, allebei Britten, werden in Afrika aan de expeditie toegevoegd. Dat waren Norman Wakeford, de Camp-manager en Doug Edwards, Gatti's persoonlijke secretaris. Alle andere leden van de expeditie waren ingehuurd in Mombasa als chauffeur, als kok, als persoonlijke bediende, als veiligheidsbeamte, of als "boy" voor het verrichten van hand en spandiensten.

De eerste QSO's.

Op 20 januari vertrok de karavaan eindelijk naar het eerste kamp, Kwali, 50 kilometer landinwaarts. De onverharde wegen waren slecht, maar de omgeving leek in elk geval op het echte Afrika, dat Bob zo graag wou bekijken. Vijf uur na het vertrek werd Kwali bereikt, ondanks kokende radiatoren van de trucks, en losgeraakte bagage. Het kamp omvatte o.a 3 Camp-trailers, een tafel om aan te eten (chow-table), een outhouse (de WC), een foto-laboratorium-tent, de trailer van de Commander, Mevrouw Gatti's trailer, de agregaten, de Rhombic antenne, de Shack on Wheels, enz. Voor het eerste QSO werd gebruik gemaakt van een Whip-Antenne. Op 24 januari 1948 gaf I1KN, Fortunato Grossi in Florence, antwoord op een CQ van VQ4EHG (Kenya) op 20 meter cw. Met de rhombic ging het een stuk beter, al vlug stonden ZC6JJ, YA3B en FQ3AT/FE (nu F3AT) in het, met pen geschreven, log. En Bob kon een QSO maken met HZ1AB, terwijl zijn vader John daar in de shack was. Bill en Bob wisselden elkaar af in de shack, soms was het vermogen niet meer dan 10 watt. Stations zoals W6AM, Don Wallace, en zelfs W6PBV (met W6OFQ als operator) werden gewerkt. 'I had a good signal' herinnert Bob zich. In 1948 waren in Kenya 28 VQ4 calls uitgegeven, In Tanganyika (VQ3) 13 en in Uganda (VQ5) slecht 8. Gatti en Halligan maakten hun eerste verbinding op 25 januari 1948. Het was een commerciëel QSO, De directeur van Hallicrafters zat achter de microfoon van W9CGC, de Fifth Avenue Ham Club, gestationeerd in Hallicrafters fabriek in Chicago. Hallicrafters bewaarde de logs, en verzorgde de QSL- kaarten, de QSL-manager was W9TDF. Het opzetten van zulke commerciële verbindingen gebeurde altijd door W6PBV of W0LHS, daar had Gatti geen kaas van gegeven. Dit soort verbindingen kwam veelvuldig voor, en waren een van de oorzaken dat het niet boterde tussen de twee operators en de Commander. Bob was meer flexibel dan Bill Snyder, die zich behoorlijk ergerde aan Gatti. Steevast kregen de operators kommentaar (schriftelijk) als ze weer eens een verbinding maakten met het thuisfront. Elk kamp was opgebouwd in twee delen, een voor de Gatti's en de ander voor de rest van de crew. Elk deel had zijn eigen ploegje van inheemse helpers, koks en chauffeurs. Opzetten van een kamp was behoorlijk wat werk voor de twee hams. Ze hadden de verantwoording over het gehele electriciteits-netwerk. Alle trailers ware voorzien van electrische systemen, en moesten verbinding hebben met de 10 Kw, 110 Volt agregaten. De Rhombic antenna moest worden opgezet, waarbij het Afrikaanse personeel van Gatti een handje hielp. Geen eenvoudige taak, geen van de operators sprak een woord Swahili toen ze aan het avontuur begonnen. Tijdens de opbouw had Bob veel geluk toen de 'Natives' een zware antenne-paal niet onder kontrole hielden. De paal viel slechts een paar centimeter voorbij Bob's oor. Iets meer naar rechts, en dit verhaal zou nooit geschreven zijn. Totaal werden er 8 basiskampen opgebouwd tijdens deze Expeditie, Bob was maar QRV vanuit 5 kampen. Het was uiteraard niet eenvoudig om een goede kampplaats te vinden, want de trucks, trailers enz, moesten die plaats wel kunnen bereiken. Basiskamp nuumer 3 bijvoorbeeld werd opgezet in de buurt van Arusha, in Bamboo Flats. Een rare naam, de lokatie was verre van vlak en er was geen groeiende bamboe in de wijde omgeving te bekennen. Te laat werd ontdekt dat de kampeer-plaats wel heel verkeerd gekozen was. Een van de lokale plantageboeren had de onhebbelijke gewoonte om elke dag tonnen afval van gepelde koffiebonen te verbranden. Elke dag konden de kampbewoners genieten van de indringende ongewenste stank. Het woord millieu was in die dagen nog onbekend.  

Operating.

Tijdens de Gatti Hallicrafters Expeditie werden de volgende calls gebruikt: VQ3HGE (Tanganyika), VQ4EHG (Kenya), VQ5GHE (Uganda) en VQ5HEG (mobiele contacten). Op 20 november 1947 had Bob nog een onderhoud met Bill Halligan in Chicago, en had operatingtijden en frequenties afgesproken. Veelal waren Bob en Bill 8 uur per dag QRV, meestal van 13.00-15.00 GMT en van 16.00-22.00 GMT. De voorgestelde frequenties waren 14,160 en 28,030 voor CW, en 28,375 en 14,380 voor AM. SSB moest nog uitgevonden worden. Hallicrafters liet een brochure drukken welke pas werd verspreid toen de Expeditie in volle gang was. De radiowagen "Shack on Wheels" was uitgerust met een echte VFO, de HT-18, maar Bob kan zich niet herinneren dat hij de VFO heeft gebruikt. De pile-ups waren er natuurlijk ook, dag in dag uit. De aanroepende stations waren overe de HELE band verdeeld, haast iedereen maakte in 1948 gebruik van kristalgestuurde zenders. De zender was een HT-4E, welke door zijn gewicht (250 kilo) nauwelijks te vervoeren was. De Hallicrafters Modellen SX-42, SX-43 en S-38 ontvangers waren ook in de radiowagen ingebouwd. De antenne was een 'pre-fabricatet' rhombic voor 40-20-10 meter. Deze antenne kon volgende de ingenieurs van Hallicrafters, in 1 uur worden opgezet. Ingenieurs van Hallicrafters maakten ook propagatie-voorspellingen, afgeleid van 'the Bureau of Standards Data', zodat de Amerikanen konden zien wat de beste tijden waren om een QSO met een van de VQ-kampen te maken. Ook de beamrichting vanuit Chicago werd op de brochure weergegeven. De meeste AM QSO's werden door Bill (W0LHS) op 10 meter gemaakt, terwijl Bob (W6PBV) de CW virtuoos was met zijn mechanishe bug. Logs werden bijgehouden met de hand, de type- machine in de shack werd enkel voor het typen van brieven en verslagen gebruikt. Regelmatig werd post van thuis ontvangen, en tijdens de laatste maanden zaten daar ook QSL-kaarten bij. De "Shack on Wheels" werd behangen met deze QSL-kaarten. Uitgaande QSL-kaarten werden beplakt met een postzegel van 1 cent. Zelfs de postzegel werd afgestempeld met een speciale Gatti Hallicrafters stempel, een soort van eerste-dag-van uitgifte stempel.  

De Kilimanjaro.

Een van de doelen gedurende de expeditie, was het beklimmen van de Kibo, een van de drie vulkaankraters van de Kilimanjaro. Op 25 februari bereikte de karavaan de voet van de Kilimanjaro. Vijf man werden aangewezen om de berg te beklimmen, behalve Bob waren dat Norman, Jim, Errol en Weldon. Bill was de achterblijvende operator, ook de Gatti's bleven in het kamp achter. Het was geen technische beklimming, maar meer een trektocht welke 7 dagen duurde. Vertrokken werd vanaf het Kibo-hotel waar 2 gidsen, 15 dragers en een kok waren ingehuurd. Alles werd meegesjouwd op de hoofden van de dragers, en na een adembenemende dagwandeling werd Bismark Hut bereikt. Het dal beneden hun was goed te zien, en die avond werd portabel gewerkt met kamp 2. Ook werd de zaklamp gebruikt voor een QSO tussen Bob en Bill, het idee om dit experiment uit te voeren kwam van Bill. Tijdens de klim moest er had gewerkt worden Er werd heel wat 16 mm film gedraaid van fraaie vergezichten en van bosjes vreemd uitziende bomen welke enigzins vergelijkbaar waren met bananenbomen. Nacht 2 werd doorgebracht in Peters Hut, op een hoogte van 12,500 feet. Op dag 3 werd The Saddle aan de voet van de Mawenzi bereikt. Bob beschrijft "The Saddle" als een stukje maanoppervlak, overal lagen allerlei rotsblokken. Uiteindelijk bereikte de klimmers Kibo Hut, op een hoogte van 16,000 feet (4737 meter). De 5 blanken begonnen last te krijgen van hoogteziekte, daarom werd dag 4 gepauseerd in de kleine Kibo Hut, en er werd weer gefotografeerd en gefilmd. De nacht duurde maar kort, want om 1 uur liep de wekker al af. Er lag 10 cm sneeuw, het was volle maan, en de steenslag op de laatste klim naar de top was nog bevroren. Jim, Bob en Johanna de gids gingen voorop, maar na een poos moest Jim Powers afhaken en bleef achter in een grot om weer krachten op te doen. De hellingshoek was meer dan 45 graden, de hoeveelheid haarspelbochten ontelbaar, en door de losse steenslag was wegglijden voortdurend een probleem. Na een paar langzame stappen voorwaarts was het weer rusten geblazen. Bob bereikte, na 5 uur klimmen, om 8 uur s'morgens als eerste Gillman's Point op 5681 meter (19.400 feet), precies op de rand van de vulkaankrater. Het uitzicht vanaf het hoogste punt van Afrika, over het ijs en de gletchers vanaf Gillman's Point was adembenemend. Eigenlijk bestaat de Kibo uit twee pieken, Gillman's Point en Uhuru Point, deze laatste ligt op 5895 meter, 3 mijl verderop. Bob schreef in een brief aan zijn zuster: I couldn't see much point in going that far, just to go a few feet higher'. Jim arriveerde om half tien op de top, Errol om half elf, en Norman klaarde de klus rond de middag. Iedereen in basiskamp 2 werd via de FM-portables (van Motorola) op de hoogte gebracht. Voor Weldon bleek de Kibo helaas een paar stappen te ver. Tijdens de terugtocht, welke om 1 uur s'middags begon, werden de dalers nog getrakteerd op een sneeuwstorm. Twee dagen later, op 4 maart 1948, waren ze terug in basiskamp 2  

Het kampleven.

Het leven in een kamp was erg georganiseerd, vaak verschilde de ene dag nauwelijks van de andere. Het eten werd opgediend op vaste tijden door Asmani hun campboy, om 8 uur, 13 uur en 20-21 uur (lokale tijd). Commander Gatti zorgde zelf voor vers vlees, regelmatig ging hij op jacht voor vers vlees, er was genoeg wild vooradig. Bill en Bob namen nooit deel aan deze jachtpartijen, zij hadden elke dag genoeg ander werk. Regelmatig kreeg het kamp bezoekers, vaak waren dat de lokale bevolking, nieuwsgierig naar alles wat was uitgestald. De fotografen hadden het dan druk met hun foto-reportages, tenslotte was het een commercieële expeditie. Er werd ook nog meegedaan aan een DX contest, het gemiddelde aantal QSO's was 24 per uur. Op 17 maart 1948 werd de hulp ingeroepen van Dokter Noe uit Arusha. Ondanks de kokende hitte binnen de trailer had Bob het koud, had kippevel, krampen was duizelig enz.. De Nederlandse dokter stelde Kilima dysenterie als diagnose. Het resultaat was dat Bob 4 dagen mocht uitrusten in het ziekenhuis van Arusha. Pechvogel Bob kreeg ook nog, tijdens een simpel klusje, de punten van een buigtang in zijn linkeroog toen een spandraad het plotseling begaf. Bob herstelde snel en hield er geen nadelige gevolgen aan over. Op 3 april stonden 77 landen en 30 zones in het log van VQ3HGE. Die 77 landen waren in een tijdsbestek van nauwelijks 1 maand gemaakt, vanuit San Mateo had Bob 11 jaar nodig gehad voor het werken van 71 landen. Bob moest nu alle verbindingen zelf maken, want Bill werd, direct na de beklimming van de Kilimanjaro, door Gatti ontslagen. VQ3HGE was weer 8 uur per dag in de lucht. Gatti keek altijd boos en reageerde onbeschoft als er weer een QSO met Californië werd gemaakt. Niet reageren op de aantijgingen van de Commander scheen nog het beste te werken, volgens Bob.

Ngorongoro en Serengeti.

Om van basiskamp 3 Bamboo Flats naar basiskamp 4, Narwa te komen, 200 mijl verderop, had de expeditie 5 dagen nodig. Allerlei dingen liepen verkeerd, teveel om op te noemen. De konstante klim zorgde ervoor dat de motor konstant kookte. Bob verwonderde zich elke keer met welk gemak de "Shack on Wheels bergopwaarts, door de truck van 1,5 ton kon worden voortgetrokken. De gemiddelde snelheid lag tussen 2 en 6 mijl per uur in de laagste versnelling. Toch kwam de Shack on Wheels vast te zitten op een heuvel, en er volgde nog een gedwongen rustpauze toen de brandstof van Bob's truck opraakte. Er was genoeg te eten, en je kon goed slapen in de Shack on Wheels, maar toen een truck arriveerde met brandstof werd toch besloten om de karavaan achterna te gaan. Om 1 uur s'nachts werd, ondanks de altijd aanwezige mist en nat gras, de Ngorongoro Crater bereikt. Hier werd besloten om 1 dag te bivakkeren, zodat noodzakelijke werkzaamheden aan het wagenpark uitgevoerd konden worden. Na het oponthoud bij de Ngorongoro Crater vertrok de karavaan de volgende morgen om half 8. Het regende natuurlijk weer (er valt jaarlijks 1400 mm water in de krater). Regelmatig kwam de Shack on Wheels vast te zitten, en was een 3-tons truck nodig om het gestrande voertuig weer vlot te trekken. Tijd voor de sneeuwkettingen, of beter de modderkettingen. Bob had intussen geleerd die dingen snel aan te brengen. Gedurende de lange afdaling klaarde het weer op, en voor de eerste keer in al die maanden kon de expeditie grote aantallen dieren, Gnoes, voorbij zien trekken. Na de Gnoes kwamen de eland- antilopen, kleine vossen , impala's enz.. aan de beurt. De Serengeti- vlakte was weer een nieuw hoogtepunt, ook al moest voortdurend gestopt worden omdat er steeds zand in het brandstofsysteem terecht kwam. Stoppen, schoonmaken, en weer verder, want de moderne truck had natuurlijk een brandstoffilter ingebouwd. De wegen waren slechts karrensporen, gevuld met scherpe rotsen, een klapband kon dus niet uitblijven. En als er weer eens een heuveltje niet te nemen was, dan moest er maar een andere weg door de Serengeti gezocht worden. En nadat een groep sierlijk rennende langnekken de ploeterende karavaan had gepasseerd, kwam de truck van Bob weer vast te zitten in het zand. Toe werd maar besloten het kamp op te zetten. Die dag werd 24 mijl afgelegd. De volgende dag liet de crew zich niet meer leiden door de sporen, achtergelaten door vroegere safari-gangers. De karresporen werden verlaten, en verkenners werden vooruitgestuurd om de minst glooiende helling te vinden. Over het vernietigen van natuur werd in 1948 nog niet zo diep nagedacht. Na het verlaten van de vlakte werd het terrein golvend en erg ruw, met diepe groeven. Dit was teveel voor de Shack on Wheels. Het bevestigingsmechanisme van de trailer ging kapot, en er bleef niets anders over dan een bewaker bij de oplegger achter te laten, en alleen met de truck verder te rijden. Met nog 55 mijl te gaan naar het volgende basiskamp bij Loliondo, werd nogmaals kamp gemaakt. Het begon weer te regenen, en toen Weldon terugreed om de arme bewaker van eten en drinken te voorzien kwam hij ook nog vast te zitten in de modder. Dus Bob er weer achteraan om Weldon weer te bevrijden. Het laatste stuk naar Loliondo verliep voorspoedig. Goeie wegen en niet eens steil. De vlakte strekte zich weer tot de horizon uit maar er was wat meer begroeing dan voorheen. Er waren weer genoeg dieren te zien, giraffen, gnoes, struisvogels, en zelfs Thompsons Gazellen, met hun prachtige kleuren. Om 5 uur s'avonds bereikten ze de plaats waar basiskamp nummer 4 zouden worden opgezet. De enige blanken in Loliondo waren Districts Commisioner Thorne en zijn vrouw. Natuurlijk moest de Shack on Wheels nog worden opgehaald. Deze klus werd geklaard door Errol en Bob, waarbij nu eens de rollen waren omgedraaid. Errol was de chauffeur, en Bob was de fotograaf, die met de Leica camera van Errol maar niet genoeg dieren kon fotograferen.

Kamp Narwa.

Ze bleven een paar dagen in Loliondo en vertrokken toen voor het opzetten van een nieuw basiskamp, 5 kilometer verderop. Kamp 4, Narwa, was midden in Masai gebied. Vroeger waren de Masai geduchte krijgers, maar in 1948 was hun veestapel het belangrijkste in hun bestaan. Ze kwamen in grote getallen naar het Narwa-kamp om hun nieuwsgierigeheid te bevredigen. In hun originele kleding zagen ze er erg imposant uit, droegen allemaal een lange speer en een lang mes bij zich, en hadden hun haar met modder ingesmeerd. Sommigen hadden versierselen in hun oren. Bob kreeg het sterke vermoeden dat ze na het vertrek van de expeditie hun oren zouden versierenn met flitslampjes en radiobuizen, want de Masai vonden die dingen prachtig. Het kamp was min of meer permanent, er werden extra hutten neergezet, kompleet met rieten daken. De hutten deden dienst als eetzaal, als foto-laboratorium en als magazijn. De rhombic werd direct de eerste dag opgezet, maar de condities waren slecht. De QSO-teller was op 18 april 1948 de 2000 gepasseerd, de landenteller stond op 86 en er waren 43 staten gewerkt. Kamp Narwa was niet zover van Nairobi, Kenya vandaan, eens per week werd post ontvangen. En bij die post zaten honderden QSL- en SWL-kaarten. De dagelijkse 8 uur aktiviteit als VQ3HGE vonden meestal plaats van 15.30 to 18.45 en 20.15 tot 01.00 lokale tijd, op 14 Mc. Bob was ook nog druk bezig om in een van de kleinere trucks een mobiel station in te bouwen. Hij en Jim Powers, de verslaggever, zouden een trip maken naar Uganda, naar de "Mountains of The Moon". Plannen voor dit uitstapje namen steeds vastere vormen aan, de reis daarheen zou waarschijnlijk 4 dagen duren. Het gewerkt aantal landen liep nog steeds omhoog, op 23 mei 1948 stonden 116 landen in het log, en Nevada was als nieuwe staat aan de lijst toegevoegd. Er werd een extra antenne opgehangen voor het Midden Oosten, de resultaten waren voortreffelijk. Siberië, India, Palestina, Oman, Iran, Irak waren geen probleem. Een QSO met zijn vader in Saudi Arabië, HZ1AB, wilde maar niet lukken. Tibet was nog steeds nodig voor WAZ, en de staat Montana was nog nodig om WAS kompleet te maken. Steeds vaker was op de banden de vraag te horen wanneer de Expeditie QRV zou zijn als VQ5GHE (Uganda). De ontvangen rapporten op 14 Mc waren uitstekend, 599 vanuit Europa. Vaak kreeg VQ3HGE te horen dat hij de enige DX waren op de band. Praktisch iedere Europeaan was op de hoogte van de aktiviteiten van de Gatti Hallicrafters Expeditie. En de vele aanroepen voor VQ3HGE veroorzaakte steeds weer een verschrikkelijke QRM op de band !!!

Uganda, eindelijk.

Pas op 12 juni kregen Jim en Bob van Gatti groen licht voor hun mini- expeditie naar Uganda. De DX-wereld zat met smart op een signaal uit VQ5 te wachten. Maandag 14 juni om 6 uur vertrok de nieuwe "Shack in Truck", richting Uganda, met een omweg via Nairobi, Kenya. Onderweg kwamen ze Weldon King (op terugreis van Nairobi) tegen, die met zijn truck vastzat in de modder op de Loita vlakte. Weldon werd geholpen, waarna de reis werd vervolgd. Maar niet voor lang want het tweetal kwam zelf vast te zitten in de vette zwarte gumbo. Een uurtje modderen voor het bevestigen van de modderkettingen was het resultaat. In Narock werd brandstof getankt. Nog een keer werd gestopt onderweg, weer om voor wegenwacht te spelen. Een vrachtwagen stond langs de route met een klapband, en de inzittenden hadden vergeten om gepast gereedschap mee te nemen. Het laatste stuk naar Nairobi, waar ze zouden overnachten, was een peuleschil, de weg was zelfs geasfalteerd. Vijf dagen later kwamen ze eindelijk midden in de nacht aan op de plaats van bestemming, Fort Portal in Uganda. Na een korte nachtrust en een stevig ontbijt gingen ze naar de Boma, voor een bezoek aan de D.C., de Districts Commisioner. Die bleek niet op de hoogte te zijn van hun komst. Oei, dat zat niet goed. Ook de Immigration Officer bleek niet blij te zijn met die snuiters en die vrachtwagen vol met apparatuur. Bob had in de haast om weg te komen bij Gatti zijn paspoort vergeten, en het visum van Jim was verlopen. En de radio-apparatuur maakten Jim en Bob wel erg verdacht. Ze kregen geen toestemming om te zenden. Dat was niet zo erg, want de zender, de HT-4E deed het toch niet. Bob begon s'middags met de reparatie van de zender, nadat eerst de antenne was opgezet, en de extra lading uit de vrachtwagen was verwijderd. Hij had de hele zaterdagavond en de zondagmorgen nodig om dat ding te repareren. Jim kreeg het, met veel diplomatie, voor elkaar dat de lokale overheid toch toestemming gaf om VQ5GHE in de lucht te brengen. Het eerste QSO was met Zuid Afrika, en daarna volgde een aantal Amerikanen. Bob bleef doorgaan tot diep in de nacht. Het was een absoluut gekkenhuis op de band, een enorme puinhoop. De condities waren uitstekend, iedereen bleef maar roepen, het zwakste rapport dat VQ5GHE kreeg was 589. Ook op maandagmiddag ging het gekkenhuis door. Maar niet voor lang want de District Commissaris kwam voorbij en dwong Bob te stoppen. Hij had geen geldige papieren ontvangen, dus was VQ5GHE illegaal. Nou bedankt Commander Gatti, voor het niet meegeven van de juiste papieren, en voor het niet informeren van de lokale overheid van onze komst, was Bob's teleurgestelde reaktie. En de DX-gemeenschap bleef zich maar afvragen waarom VQ5GHE niet meer te horen was. Vijf dagen later, op zaterdag 26 juni kwam toch de toestemming om te mogen zenden. VQ5GHE was weer tot in de kleine uurtjes in de lucht. De pret was helaas maar van korte duur, want Bob en Jim moesten de volgende dag weer richting Kampala. Op zondagmorgen was Bob nog even aktief als VQ5HEG (mobiel) en maakte 18 QSO's. Totaal werden er 251 stations vanuit Uganda Protectoraat gewerkt. Overnacht werd weer in Kampala waar Bill Snyder ploseling de hotelkamer kwam binnenstuiven. Hij was met het echtpaar Arch Oboler, de nieuwe werkgever van Bill, op weg naar Belgisch Congo. De truck moest nog gerepareerd worden, de reparatie zorgde voor drie extra dagen oponthoud in Kampala. VQ5PBD, Peter Dodd, werd nog geholpen met het opzetten van een 6 el beam voor 10 meter, en er werden door Bob nog een paar QSO's met slechts 20 watt gemaakt. Een telegram aan Gatti was nodig om Jim en Bob uit de geldzorgen te helpen, het geld kwam net op tijd voor hun vertrek uit Kampala. Zaterdag 3 juli bereikte de mini-expeditie Nairobi, waar een verplichte stop van 2 dagen nodig was. Na het achterlaten van het agregaat waren ze eindelijk op 5 juli om 11 uur s'avonds terug in kamp Narwa bij Loliondo.

De laatste QSO's.

Bob was direct de volgende dag weer, zoals vanouds 8 uur per dag, QRV als VQ3HGE. De apparatuur bleef opgesteld staan in de kleine truck, enkel de antenne hoefde maar aangesloten te worden. Gedurende de laatste dagen dat de Expeditie te werken was kwamen zeer veel bedankjes uit de luidspreker. Vrijdagnacht 9 juli 1948 ging de stekker definitief uit het stopkontakt. Er stonden 3822 QSO's in het logboek, de landenteller bleeft steken op 122.                      

De expeditie valt uit elkaar.

Na de beklimming van de Kibo werd Bill Snyder, W0LHS, ontslagen. En Doug Edwards vond het toen ook welletjes en nam zelf ontslag. Attilio Gatti was geen gemakkelijke man in de omgang. Bob diende zijn contract uit, en hield de DX-wereld nog 4 maanden lang in extase. Nadat kamp Narwa was afgebroken keerde de stoet terug naar Nairobi. Voor Bob, W6PBV en voor Jim Powers was dat het einde van hun expeditie. Gatti ging daarna nog 2 maanden door met een foto- safari naar de "Mountains of the Moon". Hij werd daarbij vergezeld door King, Prince en Wakeford. Nog 3 basiskampen 6, 7 en 8 werden op de kaart gebracht, maar geen expeditie-call werd meer in de lucht gebracht. Niets verliep zoals gepland. Hallicrafters raakte alle logs van de expeditie kwijt, een grote teleurstelling voor Bob Leo en Bill Snyder. Bob vond een brief van G3NOF met een lijst van stations waarmee VQ3HGE in QSO was geweest. Een van die QSO's was met PA0UN op 13 May 1948 1922 utc op 14 MHz AM 58. Misschien staan nog ergens op een donkere stoffige zolder wat oude schoenendozen, waarin QSL kaarten van vergeten Expeditie-QSO's zitten, en die het geheugen van W7LR een beetje kunnen opfrissen. Natuurlijk kunnen QSL-musea, wanneer zij voldoende van deze oude QSL-kaarten bezitten, amateurs zoals Bob helpen om de historie een beetje te laten herleven. PA1AT, Gerard is ook bezig zo'n QSL- verzameling aan te leggen. Het QSL museum in Oostenrijk http://www.qsl.at/english/en_main.html heeft al een flinke collectie oude QSL-kaarten, maar slechts een was ingevuld voor de bevestiging van een Gatti-Hallicrafters QSO. De grote ham-vraag is nu natuurlijk, waar zijn al die andere duizenden VQ-QSL's? En wie kan een QSL tevoorschijn toveren die aan VQ3HGE, VQ4EHG, VQ5HEG of VQ5GHE is geadresseerd? Er was heel wat speurwerk nodig om te achterhalen wat er allemaal is gebeurd tijdens de 6 maanden durende expeditie. Jim Powers, met de expeditie meegestuurd als verslaggever van International News Service, heeft heel wat krantenkolommen met zijn verhalen gevuld. Bob is veel vergeten in de afgelopen 55 jaar, en Bill Snyder, die een veel beter geheugen heeft dan Bob, verliet de expeditie voortijdig. De QSL kaart uit de verzameling van Gerard Hij was er bij de opbouw van basiskamp 3, Arusha, al niet meer bij. Gatti noemde 10.000 als QSO- aantal, terwijl Bob's notities slechts 3822 QSO's vermelden. Volgens Gatti waren alle deelnemers aan de expeditie succesvol in het bereiken van de Kibo-top op de Kilimanjaro. De Commander was een meester in het gekleurd weergeven van diverse wetenswaardigheden. Bob Leo keerde nog een maal terug naar het Gatti kamp in Nairobi om nog wat zaken uit te praten met de Commander. Hij was QRV als gastoperator van VQ4ERR in Nairobi van 15 juli tot 21 augustus 1948, en maakte 307 QSOs vanuit de shack van Robbie Robson, VQ4ERR. Van PA1AT kwam de QSL-kaart, ingevuld doo Bob Leo, toen deze aktief was als VQ4ERR.

Na de Expeditie.

Na afloop van de expeditie accepteerde Bob een baan bij ARAMCO. Bob werkte voor ARAMCO in Saudi Arabiaen was daar QRV als HZ1AB. Hij was supervisor van hun radio station HZA, en werkte voor de geologie-afdeling in de Arabische woestijn, en in de Perzische Golf. Bob was ook QRV als MP4BAL vanuit Bahrein, voordat hij uiteindelijk naar de Verenigde Staten terugkeerde. Gedurende de expeditie maakten I1KN en W6PBV veel QSOs en werden goede vrienden. Tijdens zijn verblijf in Saudi Arabië begon Bob te corresponderen met Cobi, die Hollandse meid, waarmee hij had kennis gemaakt bij de aanvang van de expeditie. Het resultaat van al die brieven was een weerzien in Florence, Italië, begin 1949. Cobi woonde toen in Nederland. Het stel had vergevordere plannen en wilde in Florence trouwen. Gelukkig was I1KN stand-bye om Bob en Cobi te helpen met het noodzakelijke papierwerk. Het is derhalve niet verwonderlijk dat Fortunato Grossi, I1KN hun 'best man' was tijdens hun huwelijk in Florence in oktober 1949. Na het huwelijk hebben Bob en Fortunato elkaar nooit meer ontmoet. Nu, in 2003, mogen Bob en Cobi nog steeds van een goede gezondheid genieten. Bob is intussen 82, hun woonplaats is nog altijd Montana, de staat welke Bob maar niet kon werken vanuit Tanganyika. Bob heeft zijn machtiging sinds 1937 (SWL van 1933 to 1937) en is nog steeds erg aktief op alle banden. Hij heeft alle 335 Entities bevestigd, en heeft meer dan 200 Entiteiten op 160 meter bevestigd. Het echtpaar Leo is nog avontuurlijk genoeg om te reizen, een van hun laatste trips was naar Alaska. En een eye-ball QSO met de schrijver van dit artikel staat geloof ik in de planning. © Wino, PA0ABM      
VQ4EHG, Kenya Bob, QRV vanuit de Shack on Wheels

De eerste Commerciële DXpeditie

1947-1948

Aankomst van de African Pilgrim in Mombasa. Van links naar rechts, Bill, James, Ellen, Attilio, Bob en Errol. Weldon King was de fotograaf. Lossen van de enorme hoeveelheid materiaal Opzetten van de Rhombic antenne.  De boys helpen bij het opzetten. Even uitblazen tijdens de beklimming van de Kilimanjaro Niet alle bezoekers waren welkom Zou de Shack on Wheel echt vastzitten? De Masai op bezoek bij VQ3HGE Kwestie van goede organisatie Wie heeft een ingevulde kaart van dit station? Bob QRV als VQ4ERR, de QSL kaart komt uit de verzameling van PA1AT Bob Leo, 82, maar nog steeds fanatiek aktief (foto 2003)
 
The Gatti-Hallicrafters Expedition QSOs in 1948
Call Start End QSO# W6PBV W0LHS Ctry# Zones States
VQ4EHG Kenya Jan 21 Feb 16 942 620 322 51 24 42
VQ3HGE Tanganyika Feb 20  Jul 06 Jun 13  Jul 09 2629 2447 182 122 39 47
VQ5GHE Uganda Jun 20  Jun 26 Jun 21  Jun 27 233 233 0 19 1330
VQ5HEG Uganda Jun 27 Jun 27 18 18 0 3 47
Total Jan 21 Jul 0938223318 504 1233948