Alles kan, maar niets moet

Liechtensteiners

HOE LIECHTENSTEIN AAN ZIJN NAAM KWAM DE BOER MET DE LICHTGEVENDE STEEN. Lang geleden leefde er eens een arme boer, die elke dag zwaar en veel werk moest verrichten, want er heersten grote noden in het land. Van de vroege ochtend tot de late avond zwoegde hij, maar de oogst was maar nauwelijks vol. doende om zijn familie te voeden. Soms trokken er ook legers door het land, op weg om ergens strijd te leveren en zij lieten hun sporen na in de pas geploegde akkers. Dan moest de arme boer telkens van voren af aan beginnen. Weer eens zo geplaagd was hij aan het werk. Diep in gedachten verzonken, merkte hij niet, dat zijn ploeg op iets hards stootte en vast zat. Ongerust wrikte de boer de ploeg los. Toen hij keek wat de ploeg had dwars gezeten, zag hij dat het een grote lichtgevende steen was, die prachtig flonkerde. De boer nam de steen op, poetste hem schoon met zijn mouwen nam hem mee naar huis. Al spoedig was de vondst in het hele land bekend. Van overal kwamen de arme bewoners naar de boer om de wonderbaarlijke steen te bewonderen en vanaf die dag veranderde het lot van het arme land: er kwam voorspoed en geluk en in dankbaarheid noemde men het land, waar de steen gevonden was 'Liechtenstein'. BEVOLKING  Liechtenstein is door de eeuwen heen een smeltkroes geweest van verschillende volkeren. Kelten en Romeinen, Alemannen en Germanen, en vanaf de 13e eeuw de Walsers, hebben het Liechtensteinse volk gevormd. Door alle eeuwen heen hebben zich buitenlanders in Liechtenstein gevestigd. Thans is circa 1/3 gedeelte van de bevolking geen Liechtensteins staatsburger. In 1812 telde Liechtenstein slechts 5797 inwoners. Begin 1999 telde het land 32426 inwoners. Van nature is het Rijndal het dichtst bevolkt. De grootste gemeenten zijn Vaduz (1999: 5043 inwoners) en Schaan (5346); de kleinste gemeenten Schellen berg (983) en Planken (352). De dichtstbevolkte gemeente was in 1999 Mauren (428 inwoners per km2); de minst bevolkte Planken (66 inwoners per kro2). Ook in Liechtenstein daalt het geboortecijfer sterk en stijgt de levensverwachting, waardoor sterke vergrijzing van de bevolking het gevolg is. Het aantal Liechtensteiners dat in het buitenland woonachtig is, is sinds 1950 vrij stabiel gebleven. In 1999 waren er 2473 Liechtensteinse staatsburgers buiten Liechtenstein gevestigd (het grootste deel, 1597 personen, verbleef in Zwitserland). Nederland telde in dat jaar 6 Liechtensteiners, België 10. DE WALSERS Kort voor 1300 vestigden de Walsers (ook Wallisers genoemd), afkomstig uit het huidige Zwitserse kanton Wallis, zich in Liechtenstein. De Liechtensteinse Walsers behoren tot de zgn. Davos-groep en waren van oudsher 'vrije' mensen. Zij konden deze positie, in tegenstelling tot hun verwanten in Graubünden, tegenover de Liechtensteinse landsheersers niet behouden. In 1494, resp. 1513 verwierven zij het burgerrecht van het graafschap Vaduz en werden zij onderdanen van de toenmalige landsheer. De Walsers waren oorspronkelijk een nomadenvolk van Alemaanse origine. afkomstig uit het Berner Oberland, die zich voor het jaar 1000 in het Zwitserse Gomsdal hadden gevestigd. Zij stonden bekend om hun bereidheid de hooggelegen dalen ondanks de moeilijke omstandigheden te bewonen en te bewerken. Aan dit feit hadden zij hun vrijheden te danken. Van de Walsers. die zich in Triesenberg en Planken vestigden, hebben de Triesenbergers hun van de andere Liechtensteiner afwijkende dialect en gewoonten voor een zeer groot gedeelte tot op heden weten te bewaren. SINT LUClUS Sint lucius is de schutspatroon van Liechtenstein. De heilige, die in de 2e of 3e eeuw moet hebben geleefd, was een Britse koning, die zijn troon opgaf om het christendom in Europa te helpen verbreiden. Zo zou hij het Liechtensteinse volk hebben bekeerd; aan hem herinnert nog de pas bij Balzers op de grens met Zwitserland, de luziensteig. lucius werd de eerste bisschop van Chur en stierf de marteldood door steniging. Zijn feestdag is 3 december. FOLKLORE De Liechtensteinse bevolking houdt tal van zeden en gebruiken in ere, al zijn er de laatste decennia onder invloed van het moderne jachtige leven ook veel verloren gegaan. Voor een deel hebben zij hun oorsprong in oude heidense gebruiken en overleveringen, voor een ander deel in de godsdienst en het volksleven zelf. Bij de kerkelijke gebruiken gaat het hoofdzakelijk om rooms- katholieke gebruiken rondom de grote kerkelijke feestdagen, zoals advent, kerstmis, Sint Nicolaas, Pasen, Allerheiligen en Allerzielen. Van de eens zo talrijke processies worden er nog steeds enkele gedurende het jaar gehouden, zoals die tijdens Sacramentsdag. Tot de oude heidense gebruiken behoren o.a. de folklore in de vastentijd. De eerste zondag in die periode heet Funken of Kuachlesunntig. Na zonsondergang worden in alle dorpen vuren aangestoken, de Funken (=houtmijt), waarbij zich dan de gehele bevolking verzamelt. Bovenop de brandstapel wordt een strooien pop geplaatst, de heks, in wiens kop vaak vuurwerk wordt verstopt. Het vuur symboliseert de komst van de lente en de uitbanning van de boze geesten. Schmutziger Donnerstag wordt gevierd op de donderdag voor carnaval. Jongens proberen dan door een list de huisvrouw uit de keuken te lokken en haar gevulde pannen te stelen. Schmutzig (= vies) slaat vooral op het roet afkomstig van de pannen waarmee de jongeren elkaar proberen in te smeren. De terugkeer van het vee van de almen, de Alpabfahrt, vindt aan het einde van de zomer plaats. De koe, die de meeste melk heeft geproduceerd, loopt voorop en draagt allerlei bonte versierselen, waaronder een houten hart, dat boven de staldeur wordt opgehangen. De oogst van de maďskolven (in Liechtenstein wordt maďs "Türken", naar zijn herkomst uit Turkije, genoemd) was vroeger een groot feest. Eind oktober haalde men de rijpe maďs van het land en de hele familie hielp bij het plukken van de korrels (Tüargga uszüha genoemd). Ook rondom de wijnoogst zijn er verschillende gebruiken. Vanaf het begin van het rijpen van de druiven mogen de wij gaarden niet meer worden betreden. De Traubenkommission in elke gemeente bepaalt wanneer de tijd gekomen is om de druiven te oogsten. De dag waarop de oogst begint heet Wimmlete. Als het oogsten is geschied, moet worden gewacht op het moment waarop de jonge wijn, de Suuser, voor het eerst kan worden geprobeerd. Meestal gebeurt dat op een zondag, zodat deze dag bekend staat als 'Suusersunntig'. Van het eerste proeven wordt een groot feest gemaakt, met versierde optochten en folkloristische dansen, waarbij natuurlijk rijkelijk van de jonge wijn wordt geproefd. De nationale feestdag wordt sinds 1940 op 15 augustus (= Maria Hemelvaart, dialect Üsa-Lieb- Frauatag) gevierd. Oorspronkelijk vierde men op deze dag de officiële verjaardag van vorst Franz Josef II, wiens eigenlijke verjaardag 16 augustus was. Na zijn overlijden in 1989 besloot men het jaar daarop de 15e augustus wettelijk als nationale feestdag vast te leggen. De dag begint meestal met een rooms-katholieke mis (sinds 1990 is een openluchtmis op de slotweide in Vaduz gebruikelijk, waarbij de gehele bevolking en buitenlandse gasten en toeristen van harte welkom zijn), gevolgd door een aperitief en ontvangst voor genodigden in het slot, optochten door Vaduz, een volksfeest in de hoofdstad tot in de late uren, een fakkeloptocht over verschillende bergkammen en afgesloten door een inmiddels wijd en zijd beroemd spectaculair vuurwerk. Met de verschillende levensfasen (geboorte, eerste communie, huwelijk, overlijden e.d.) zijn ook specifieke gebruiken verbonden. GASTRONOMIE De Liechtensteinse keuken is van oorsprong gebaseerd op de schaarse voortbrengselen van de landbouw. Dure gerechten vonden onder de arme boerenbevolking geen verbreiding. Lange tijd moesten de Liechtensteiners zich voeden met hoofdzakelijk aardappelen en maďs. Het nationale gerecht wordt dan ook van maďs gemaakt: de Riebel. Een ander nationaal gerecht, dat vooral in Balzers werd gegeten, is de Hafalääb (langwerpige broodjes van tarwe en maďsmeel, die in de koekenpan worden gebakken). Tot de traditionele gerechten kunnen ook worden gerekend Ofaguck (een in de oven gebakken aardappelpuree), bonensoep (een dikke soep met bonen en varkensvlees), Kratzete (omelet, die wordt gegeten met een vruchtencompote of bonen). Op de alpenweiden wordt ook thans nog Sauerkäs bereid, een wat vochtige kaas met een wat zurige pikante smaak. Sinds 1998 maakt een kaasmakerij in Ruggell Liechtensteinse kazen, die erg lijken op jonge Nederlandse kaas. Als toerist behoeft men zich geen zorgen te maken dat men iets tekort komt. Veel gerechten uit de Zwitserse en Oostenrijkse keuken hebben hun weg naar Liechtenstein gevonden. De menukaarten van de hotels en restaurants zijn doorgaans afgestemd op een internationaal publiek. Hier en daar kan men in dorpjes nog lokale gerechten op de kaart aantreffen. De laatste jaren wordt in verschillende restaurants van tijd tot tijd een Liechtensteinse week georganiseerd, waarbij de traditionele gerechten centraal staan. In dit kader mogen de Käsknöpfli (een soort zelfgemaakte macaroni met kaas) en koude schotels met zeer dun gesneden plakken Bündner (= uit het kanton Graubünden in Zwitserland afkomstig) rundvlees, dat gepekeld, geperst en maandenlang in de berglucht is gedroogd, niet ontbreken. In het vorstendom komt deze 'Bündnerteller' ook onder andere namen voor, bijv. Liechtensteiner Teller, Malbuner Teller. In Liechtenstein wordt een aantal worstsoorten geproduceerd (onder de merknaam Malbuner) die niet te versmaden zijn. Liechtenstein staat ook bekend om zijn voortreffelijke gebak en chocolade. Beroemd is de Liechtensteiner Honigtorte van echte Liechtensteinse honing gemaakt. Verschillende chocolaterieën maken zelf bonbons. Bekend zijn de Vaduzer Weinbergschnecken (Konditorei Wolf in Vaduz). In het najaar wordt de Birazälta {peren brood) gebakken, een vrij zwaar brood gevuld met o.a. gedroogde peren, noten, vijgen en rozijnen. In de Adventstijd worden Krömli (biscuitachtige koekjes) gebakken, zoals de Zimsternli en de Mailänderle. Een nog veel gegeten Carnavalsgebak is het Funkenküchli, een zeer dunne, in heet vet gebakken, deegkoek die met poedersuiker wordt bestrooid. LIECHTENSTEINSE WIJNEN  De wijnbouw is vermoedelijk al tijdens de Romeinse overheersing in Liechtenstein geďntroduceerd. Door klimaatverbetering in de 13e/14e eeuw werden de omstandigheden voor wijnbouw aanzienlijk verbeterd, waardoor wijn van oudsher een uitvoerproduct van het land was. Tegenwoordig worden de meeste wijnen in eigen land verkocht. De meest voorkomende druivensoort is de blauwe Bourgondiër. Wijnbouw wordt in voornamelijk in zeer kleine wijngaarden bedreven; tot de grotere behoren de kavels van de vorstelijke wijngaarden (Abtswingert en Herrawingert, Vaduz), Rode Huis (Vaduz) en Gutenberg (Balzers). De vorstelijke wijnen worden verkocht door de Hofkellerei des Fürsten von Liechtenstein in Vaduz, waar ook wijnen uit de vorstelijke wijngaarden in Oostenrijk worden verhandeld. Tot de vorstelijke wijnen behoren: Grüner Veltliner, Rheinriesling, Riesling Sylvaner, Schloss Wilfersdofj; Vaduzer Beerli en Vaduzer Süssdruck. In 1996 werd een nieuwe wijn soort ingevoerd, de Federweiss, die verkregen wordt uit vers geperste blauwe wijndruiven, en 1ichtrose van kleur is. Op ongeveer 17 ha worden wijndruiven verbouwd. De totaal opbrengst varieert van 70.000 tot 100.000 liter wijn per jaar. De bekendste wijnen zijn: Bendura, Eschner Süssdruck, Eschner Feuergold, Herrgottsacker (Bendem), Maurer Beerle, Schaaner Ablass, Schloss Gutenberg, Triesner Kretzer, Vaduzer Beerli en Vaduzer Süssdruck. RIEBEL Het nationale gerecht van Liechtenstein 1/2 liter melk, 1/2 liter water, 550 gram maďsmeel, 50 tot 100 gram boter, zout, peper. Giet de melk en het water in een braadpan. Voeg zout en peper naar smaak toe. Breng het mengsel aan de kook. Voeg het maďsmeel langzaam toe en laat het geheel koken tot een vaste massa ontstaat. laat de massa afkoelen. Smelt een flink stuk boter in een koekenpan. laat de afgekoelde massa in de hete boter glijden en bak hem aan alle kanten, onder af en toe omspatelen, goudbruin. Serveer het gerecht met koffie en appelmoes.  
HELLINGSGRAAD De hellingsgraad is een maat om de stijging van een hellend vlak weer te geven. De hellingsgraad wordt uitgedrukt in percentage %, en wordt daarom ook stijgingspercentage genoemd. De hellingsgraad van een heuvel, helling, berg of rivier is gelijk aan het hoogteverschil gedeeld door de horizontale afstand. Bij een hellingsgraad van 10% stijgt de weg 10 meter voor iedere 100 meter die er in horizontale richting wordt afgelegd. Een hellingsgraad van 100% betekent geen hoek van 90 graden maar een hoek van 45 graden. (Een hellingsgraad van meer dan 100% is dus ook mogelijk.)
Extra Foto’s Extra Foto’s
Liechtenstein 2007
Alles kan, maar niets moet

Liechtensteiners

HOE LIECHTENSTEIN AAN ZIJN NAAM KWAM DE BOER MET DE LICHTGEVENDE STEEN. Lang geleden leefde er eens een arme boer, die elke dag zwaar en veel werk moest verrichten, want er heersten grote noden in het land. Van de vroege ochtend tot de late avond zwoegde hij, maar de oogst was maar nauwelijks vol. doende om zijn familie te voeden. Soms trokken er ook legers door het land, op weg om ergens strijd te leveren en zij lieten hun sporen na in de pas geploegde akkers. Dan moest de arme boer telkens van voren af aan beginnen. Weer eens zo geplaagd was hij aan het werk. Diep in gedachten verzonken, merkte hij niet, dat zijn ploeg op iets hards stootte en vast zat. Ongerust wrikte de boer de ploeg los. Toen hij keek wat de ploeg had dwars gezeten, zag hij dat het een grote lichtgevende steen was, die prachtig flonkerde. De boer nam de steen op, poetste hem schoon met zijn mouwen nam hem mee naar huis. Al spoedig was de vondst in het hele land bekend. Van overal kwamen de arme bewoners naar de boer om de wonderbaarlijke steen te bewonderen en vanaf die dag veranderde het lot van het arme land: er kwam voorspoed en geluk en in dankbaarheid noemde men het land, waar de steen gevonden was 'Liechtenstein'. BEVOLKING  Liechtenstein is door de eeuwen heen een smeltkroes geweest van verschillende volkeren. Kelten en Romeinen, Alemannen en Germanen, en vanaf de 13e eeuw de Walsers, hebben het Liechtensteinse volk gevormd. Door alle eeuwen heen hebben zich buitenlanders in Liechtenstein gevestigd. Thans is circa 1/3 gedeelte van de bevolking geen Liechtensteins staatsburger. In 1812 telde Liechtenstein slechts 5797 inwoners. Begin 1999 telde het land 32426 inwoners. Van nature is het Rijndal het dichtst bevolkt. De grootste gemeenten zijn Vaduz (1999: 5043 inwoners) en Schaan (5346); de kleinste gemeenten Schellen berg (983) en Planken (352). De dichtstbevolkte gemeente was in 1999 Mauren (428 inwoners per km2); de minst bevolkte Planken (66 inwoners per kro2). Ook in Liechtenstein daalt het geboortecijfer sterk en stijgt de levensverwachting, waardoor sterke vergrijzing van de bevolking het gevolg is. Het aantal Liechtensteiners dat in het buitenland woonachtig is, is sinds 1950 vrij stabiel gebleven. In 1999 waren er 2473 Liechtensteinse staatsburgers buiten Liechtenstein gevestigd (het grootste deel, 1597 personen, verbleef in Zwitserland). Nederland telde in dat jaar 6 Liechtensteiners, België 10. DE WALSERS Kort voor 1300 vestigden de Walsers (ook Wallisers genoemd), afkomstig uit het huidige Zwitserse kanton Wallis, zich in Liechtenstein. De Liechtensteinse Walsers behoren tot de zgn. Davos-groep en waren van oudsher 'vrije' mensen. Zij konden deze positie, in tegenstelling tot hun verwanten in Graubünden, tegenover de Liechtensteinse landsheersers niet behouden. In 1494, resp. 1513 verwierven zij het burgerrecht van het graafschap Vaduz en werden zij onderdanen van de toenmalige landsheer. De Walsers waren oorspronkelijk een nomadenvolk van Alemaanse origine. afkomstig uit het Berner Oberland, die zich voor het jaar 1000 in het Zwitserse Gomsdal hadden gevestigd. Zij stonden bekend om hun bereidheid de hooggelegen dalen ondanks de moeilijke omstandigheden te bewonen en te bewerken. Aan dit feit hadden zij hun vrijheden te danken. Van de Walsers. die zich in Triesenberg en Planken vestigden, hebben de Triesenbergers hun van de andere Liechtensteiner afwijkende dialect en gewoonten voor een zeer groot gedeelte tot op heden weten te bewaren. SINT LUClUS Sint lucius is de schutspatroon van Liechtenstein. De heilige, die in de 2e of 3e eeuw moet hebben geleefd, was een Britse koning, die zijn troon opgaf om het christendom in Europa te helpen verbreiden. Zo zou hij het Liechtensteinse volk hebben bekeerd; aan hem herinnert nog de pas bij Balzers op de grens met Zwitserland, de luziensteig. lucius werd de eerste bisschop van Chur en stierf de marteldood door steniging. Zijn feestdag is 3 december. FOLKLORE De Liechtensteinse bevolking houdt tal van zeden en gebruiken in ere, al zijn er de laatste decennia onder invloed van het moderne jachtige leven ook veel verloren gegaan. Voor een deel hebben zij hun oorsprong in oude heidense gebruiken en overleveringen, voor een ander deel in de godsdienst en het volksleven zelf. Bij de kerkelijke gebruiken gaat het hoofdzakelijk om rooms-katholieke gebruiken rondom de grote kerkelijke feestdagen, zoals advent, kerstmis, Sint Nicolaas, Pasen, Allerheiligen en Allerzielen. Van de eens zo talrijke processies worden er nog steeds enkele gedurende het jaar gehouden, zoals die tijdens Sacramentsdag. Tot de oude heidense gebruiken behoren o.a. de folklore in de vastentijd. De eerste zondag in die periode heet Funken of Kuachlesunntig. Na zonsondergang worden in alle dorpen vuren aangestoken, de Funken (=houtmijt), waarbij zich dan de gehele bevolking verzamelt. Bovenop de brandstapel wordt een strooien pop geplaatst, de heks, in wiens kop vaak vuurwerk wordt verstopt. Het vuur symboliseert de komst van de lente en de uitbanning van de boze geesten. Schmutziger Donnerstag wordt gevierd op de donderdag voor carnaval. Jongens proberen dan door een list de huisvrouw uit de keuken te lokken en haar gevulde pannen te stelen. Schmutzig (= vies) slaat vooral op het roet afkomstig van de pannen waarmee de jongeren elkaar proberen in te smeren. De terugkeer van het vee van de almen, de Alpabfahrt, vindt aan het einde van de zomer plaats. De koe, die de meeste melk heeft geproduceerd, loopt voorop en draagt allerlei bonte versierselen, waaronder een houten hart, dat boven de staldeur wordt opgehangen. De oogst van de maďskolven (in Liechtenstein wordt maďs "Türken", naar zijn herkomst uit Turkije, genoemd) was vroeger een groot feest. Eind oktober haalde men de rijpe maďs van het land en de hele familie hielp bij het plukken van de korrels (Tüargga uszüha genoemd). Ook rondom de wijnoogst zijn er verschillende gebruiken. Vanaf het begin van het rijpen van de druiven mogen de wij gaarden niet meer worden betreden. De Traubenkommission in elke gemeente bepaalt wanneer de tijd gekomen is om de druiven te oogsten. De dag waarop de oogst begint heet Wimmlete. Als het oogsten is geschied, moet worden gewacht op het moment waarop de jonge wijn, de Suuser, voor het eerst kan worden geprobeerd. Meestal gebeurt dat op een zondag, zodat deze dag bekend staat als 'Suusersunntig'. Van het eerste proeven wordt een groot feest gemaakt, met versierde optochten en folkloristische dansen, waarbij natuurlijk rijkelijk van de jonge wijn wordt geproefd. De nationale feestdag wordt sinds 1940 op 15 augustus (= Maria Hemelvaart, dialect Üsa-Lieb-Frauatag) gevierd. Oorspronkelijk vierde men op deze dag de officiële verjaardag van vorst Franz Josef II, wiens eigenlijke verjaardag 16 augustus was. Na zijn overlijden in 1989 besloot men het jaar daarop de 15e augustus wettelijk als nationale feestdag vast te leggen. De dag begint meestal met een rooms-katholieke mis (sinds 1990 is een openluchtmis op de slotweide in Vaduz gebruikelijk, waarbij de gehele bevolking en buitenlandse gasten en toeristen van harte welkom zijn), gevolgd door een aperitief en ontvangst voor genodigden in het slot, optochten door Vaduz, een volksfeest in de hoofdstad tot in de late uren, een fakkeloptocht over verschillende bergkammen en afgesloten door een inmiddels wijd en zijd beroemd spectaculair vuurwerk. Met de verschillende levensfasen (geboorte, eerste communie, huwelijk, overlijden e.d.) zijn ook specifieke gebruiken verbonden. GASTRONOMIE De Liechtensteinse keuken is van oorsprong gebaseerd op de schaarse voortbrengselen van de landbouw. Dure gerechten vonden onder de arme boerenbevolking geen verbreiding. Lange tijd moesten de Liechtensteiners zich voeden met hoofdzakelijk aardappelen en maďs. Het nationale gerecht wordt dan ook van maďs gemaakt: de Riebel. Een ander nationaal gerecht, dat vooral in Balzers werd gegeten, is de Hafalääb (langwerpige broodjes van tarwe en maďsmeel, die in de koekenpan worden gebakken). Tot de traditionele gerechten kunnen ook worden gerekend Ofaguck (een in de oven gebakken aardappelpuree), bonensoep (een dikke soep met bonen en varkensvlees), Kratzete (omelet, die wordt gegeten met een vruchtencompote of bonen). Op de alpenweiden wordt ook thans nog Sauerkäs bereid, een wat vochtige kaas met een wat zurige pikante smaak. Sinds 1998 maakt een kaasmakerij in Ruggell Liechtensteinse kazen, die erg lijken op jonge Nederlandse kaas. Als toerist behoeft men zich geen zorgen te maken dat men iets tekort komt. Veel gerechten uit de Zwitserse en Oostenrijkse keuken hebben hun weg naar Liechtenstein gevonden. De menukaarten van de hotels en restaurants zijn doorgaans afgestemd op een internationaal publiek. Hier en daar kan men in dorpjes nog lokale gerechten op de kaart aantreffen. De laatste jaren wordt in verschillende restaurants van tijd tot tijd een Liechtensteinse week georganiseerd, waarbij de traditionele gerechten centraal staan. In dit kader mogen de Käsknöpfli (een soort zelfgemaakte macaroni met kaas) en koude schotels met zeer dun gesneden plakken Bündner (= uit het kanton Graubünden in Zwitserland afkomstig) rundvlees, dat gepekeld, geperst en maandenlang in de berglucht is gedroogd, niet ontbreken. In het vorstendom komt deze 'Bündnerteller' ook onder andere namen voor, bijv. Liechtensteiner Teller, Malbuner Teller. In Liechtenstein wordt een aantal worstsoorten geproduceerd (onder de merknaam Malbuner) die niet te versmaden zijn. Liechtenstein staat ook bekend om zijn voortreffelijke gebak en chocolade. Beroemd is de Liechtensteiner Honigtorte van echte Liechtensteinse honing gemaakt. Verschillende chocolaterieën maken zelf bonbons. Bekend zijn de Vaduzer Weinbergschnecken (Konditorei Wolf in Vaduz). In het najaar wordt de Birazälta {peren brood) gebakken, een vrij zwaar brood gevuld met o.a. gedroogde peren, noten, vijgen en rozijnen. In de Adventstijd worden Krömli (biscuitachtige koekjes) gebakken, zoals de Zimsternli en de Mailänderle. Een nog veel gegeten Carnavalsgebak is het Funkenküchli, een zeer dunne, in heet vet gebakken, deegkoek die met poedersuiker wordt bestrooid. LIECHTENSTEINSE WIJNEN  De wijnbouw is vermoedelijk al tijdens de Romeinse overheersing in Liechtenstein geďntroduceerd. Door klimaatverbetering in de 13e/14e eeuw werden de omstandigheden voor wijnbouw aanzienlijk verbeterd, waardoor wijn van oudsher een uitvoerproduct van het land was. Tegenwoordig worden de meeste wijnen in eigen land verkocht. De meest voorkomende druivensoort is de blauwe Bourgondiër. Wijnbouw wordt in voornamelijk in zeer kleine wijngaarden bedreven; tot de grotere behoren de kavels van de vorstelijke wijngaarden (Abtswingert en Herrawingert, Vaduz), Rode Huis (Vaduz) en Gutenberg (Balzers). De vorstelijke wijnen worden verkocht door de Hofkellerei des Fürsten von Liechtenstein in Vaduz, waar ook wijnen uit de vorstelijke wijngaarden in Oostenrijk worden verhandeld. Tot de vorstelijke wijnen behoren: Grüner Veltliner, Rheinriesling, Riesling Sylvaner, Schloss Wilfersdofj; Vaduzer Beerli en Vaduzer Süssdruck. In 1996 werd een nieuwe wijn soort ingevoerd, de Federweiss, die verkregen wordt uit vers geperste blauwe wijndruiven, en 1ichtrose van kleur is. Op ongeveer 17 ha worden wijndruiven verbouwd. De totaal opbrengst varieert van 70.000 tot 100.000 liter wijn per jaar. De bekendste wijnen zijn: Bendura, Eschner Süssdruck, Eschner Feuergold, Herrgottsacker (Bendem), Maurer Beerle, Schaaner Ablass, Schloss Gutenberg, Triesner Kretzer, Vaduzer Beerli en Vaduzer Süssdruck. RIEBEL Het nationale gerecht van Liechtenstein 1/2 liter melk, 1/2 liter water, 550 gram maďsmeel, 50 tot 100 gram boter, zout, peper. Giet de melk en het water in een braadpan. Voeg zout en peper naar smaak toe. Breng het mengsel aan de kook. Voeg het maďsmeel langzaam toe en laat het geheel koken tot een vaste massa ontstaat. laat de massa afkoelen. Smelt een flink stuk boter in een koekenpan. laat de afgekoelde massa in de hete boter glijden en bak hem aan alle kanten, onder af en toe omspatelen, goudbruin. Serveer het gerecht met koffie en appelmoes.  
Extra Foto’s Extra Foto’s
Liechtenstein 2007